Vandaag de dag worden we overstelpt met nieuwe marketingtermen, die vaak gelinkt zijn aan technologie. Toch is het niet altijd duidelijk wat deze vaktermen precies betekent of waarom ze voor u interessant zijn… Daarom laat Magazine Media experts ter zake aan het woord. Zij leiden u steevast door het doolhof aan vaktermen.
Affinity marketing
Bij affinity marketing gaan twee of meer bedrijven of organisaties een samenwerking aan met de bedoeling er beide beter van te worden. Hierbij is het belangrijk dat de doelgroepen van de partners voor minstens een deel overlappen. Het gaat hierbij voor alle duidelijkheid niet om co-branding, dan zou je samen een product of dienst op de markt brengen.
Wouter Temmerman over affinity marketing
Affluent marketing
Affluent marketing staat voor marketing die gericht is op de gefortuneerde medemens. We hebben het dan over mensen die pakweg een miljoen dollar vrij te besteden hebben. Daardoor kunnen ze zich grote luxe permitteren. Maar de manier om daarmee om te gaan en het vooral (al dan niet) te tonen, is sterk veranderd. Sinds de coronapandemie en niet meer sinds de inflatie die de koopkracht van velen heeft aangetast, gaan deze welgestelde mensen minder met hun rijkdom pronken. We zien minder grote logo’s op kledij, minder in het oog springende wagens, … We spreken dan over stealth wealth.
Herman Konings over affluent marketing
Artificial intelligence
Artificial intelligence is een computersysteem dat in staat is om grote hoeveelheden data te verwerken en daar vervolgens zaken mee te doen die het sneller, performanter en juister kan dan de mens. De term bestaat al zeer lang: meer dan 50 jaar geleden werd de Turingtest ontwikkeld. Die moet bepalen of computers menselijke intelligentie hebben. Dat zal het geval zijn wanneer ze conversaties met mensen kunnen voeren zonder dat deze personen door hebben dat ze met een computer aan het praten zijn. Ondanks ontwikkelingen als chatbots hebben we dat punt nog niet bereikt.
Steven Van Belleghem over artificial intelligence
Brand purpose
Naast de klassieke definitie ‘purpose is de hogere bestaansreden voor een merk (boven winst maken)’, verkies ik het krachtigere ‘purpose is de ziel van een merk’. Elk bedrijf weet WAT het maakt, weinig bedrijven weten WAAROM ze relevant zijn voor de maatschappij. Sterke merken met een purpose hebben vaak een “standpunt” over de wereld waarin ze opereren. Bijvoorbeeld IKEA, dat al meer dan 70 jaar staat voor ‘to improve the everyday life of the many people’. Een purpose die niets aan relevantie heeft ingeboet in een tijd waarin onze levens alsmaar ingewikkelder en onze woningen kleiner worden.
Dominique Poncin over brand purpose
Brand suitability
Brand safety is al jaren een hot topic in de reclamewereld. Merken willen adverteren in een omgeving die veilig is, niet in een context van bv. geweld, seksualiteit of rampspoed. Corona heeft deze trend nog versterkt. Brand suitability gaat fijnmaziger te werk dan brand safety. Dit framework, dat ontwikkeld is door GARM, zorgt voor een gradatie. Je kan kiezen voor termen met een medium risico en een laag risico en telkens aangeven welk risico je bereid bent te nemen. Termen met een High Risk sluiten we sowieso uit.
Bert Velghe over brand suitability
ChatGPT
ChatGPT is een virtuele schrijfbuddy die door OpenAI is ontwikkeld. Het is een slim model dat specifiek getraind is om te communiceren via een chat-interface. Het beantwoordt vragen en verzoeken van gebruikers op een natuurlijke manier en is zo het perfecte hulpmiddel voor een snelle en effectieve contentproductie.
Consent Management
Consent management is een brede term voor alles rond het proces waarbij je toestemming vraagt, vastlegt en beheert voor het verwerken (lees: gebruiken) van gegevens, bijvoorbeeld voor het versturen van marketing communicaties, voor het plaatsen van gepersonaliseerde advertenties. Binnen marketing kan het gaan om klanten, maar ook om leads of websitebezoekers.
Julie Mannekens over consent management
Consent Management Platform
Een consent management platform is in de eerste plaats een software voor website-eigenaars. CMP helpt om de toestemmingen die je van consumenten nodig hebt voor marketing bij te houden: voor welke pagina’s heb je een toestemming nodig? Hoe kan je die toestemming bekomen? Hoe hou je de bewijzen bij? Een CMP zorgt o.a. voor de pop-up’s over cookies die je op elke site tegenkomt. Daarnaast voert de software op geregelde tijdstippen ook tests uit om te zien of je nog in regel bent. Tot slot beweren de providers dat je als website-uitgever ten allen tijde in regel bent met de wetgeving en dat is natuurlijk een uitermate belangrijk punt. Onetrust en Cookiebot zijn bekende namen van CMP’s.
Jan Decorte over consent management platform
Customer lifetime value
Customer lifetime value (CLV) staat voor de (geschatte) waarde die een bedrijf of en persoon zal bijdragen tijdens de periode dat deze entiteit klant is bij een bedrijf. Doorgaans wordt deze waarde montetair uitgedrukt. Belangrijk is dat dit concept aanzet om over een langere periode naar klantenwaarde te kijken en niet enkel in het moment zelf.
Frank Goedertier over customer lifetime value
Data democratisation
Het proces van data democratisation bestaat uit het toegankelijk maken van gegevens voor een zo groot mogelijk aantal personen binnen de onderneming. Het stelt iedere werknemer in staat om op zijn of haar niveau (en volgens de hem of haar toegekende “rechten”) gebruik te maken van alle middelen die toegankelijk zijn en aansluiten bij zijn of haar behoeften met als doel ‘waarde te produceren’ voor de organisatie: een aanbeveling te doen, een beslissing te nemen over een richting of de relatie met de klant aan te passen op basis van de beschikbare gegevens.
Albert Derasse (D-Aim) over data democratisation
Digital newsstands
Een digital newsstand is een verzameling van magazines, kranten, newsfeeds maar ook pure players die je digitaal kan terugvinden. Je kan de artikels en edities op een vlotte, intuïtieve manier consulteren en je kan het aanbod personaliseren.
Arthur Sedee over digital newsstands
First, second and third party data
First party data zijn je eigen data. Het kan gaan om data over gedrag, acties of interesses die getoond zijn op jouw website(s), data in je CRM, data via point of sales… Second party data komen van een uitgever. Adverteerders kunnen bijvoorbeeld via een DMP (Data Management Platform) bepaalde datapunten of bereiken aankopen. Third party data komen van andere websites of offline databases. Het laat adverteerders toe om datasegmenten aan te kopen (in plaats van het bereik op een bepaalde website), zoals ‘car lovers’ of ‘digitale moms’.
Stéphane Lucien over first, second en third party data
Greenhushing
In tegenstelling tot greenwashing, waarbij een bedrijf de neiging heeft om te veel uit te wijden over wat het op maatschappelijk vlak allemaal doet, duidt greenhushing op het extreme tegendeel, waarbij een onderneming er bewust voor kiest om haar duurzaamheidsinspanningen te verzwijgen.
Nicolas Lambert over greenhushing
Humaning
Humaning is een trend die werd gelanceerd door Mondelez als “a unique, consumer-centric approach to marketing that creates a real, human connection with purpose, moving Mondelez beyond cautious, data-driven tactics, and uncovering what unites us all”. Deze stelling werkte heel wat reacties op, zowel op vlak van linguïstiek – het is geen werkwoord – als inhoudelijk – de term komt eerder gekunsteld en geforceerd over. De kern van de problematiek situeert zich echter niet op taalkundig vlak. Humaning mag niet zomaar gezien worden als een zoveelste marketing mantra, maar wel als een intern manifesto. Mondelez zelf beschrijft het als “doing instead of telling”.
Inventory media
Inventory media is een recente trend, waarbij mediabureaus media in bulk aankopen en die vervolgens doorverkopen aan hun klanten met een marge. Op zich is daar niets mis mee, maar een mediabureau wordt natuurlijk geacht om objectief media-advies te geven en dat is met deze techniek moeilijk omdat ze geneigd zijn hun inventaris aan te bevelen die misschien op dat moment niet de beste keuze is voor de adverteerder.
Geert Debruyne over inventory media
Meaningful marketing
Meaningful marketing gaat om het onvoorwaardelijk bieden van een meerwaarde aan de consument, maar dat kan ook pure inspiratie, informatie of entertainment zijn. De merken die hierin geen rol kunnen spelen zijn uitzonderingen.
Bart Lombaerts over meaningful marketing
Mediadiversiteit
Mediadiversiteit is de diversiteit in soorten verhalen en mensen die je aan het woord laat. Aantonen dat er verschillende groepen in onze maatschappij zijn en dat die elk hun plek verdienen. En zorgen voor een beeld dat representatief is voor onze samenleving. Het klassieke gezin van een man en een vrouw met twee kinderen bestaat nog steeds, maar daarnaast zijn er zoveel vormen. Mediadiversiteit staat haaks op clichés.
Raf Njotea over mediadiversiteit
Metaverse
De metaverse is niets nieuws. Het is meer dan 30 jaar uit. In de jaren ’90 verschenen er nogal wat science fiction films die zich in een alternatief universum afspeelden. Denk maar aan The Matrix. Ook op het internet kennen we het. Heel wat bekende games spelen zich af in de metaverse, bijvoorbeeld Fortnite. Voor wie een meer dromerige kijk heeft, gaat metaverse nog iets verder. Het is dan een intergeconnecteerde versie van alle verschillende metaverses, een parellelle wereld met eigen regels en een eigen munt.
Micro-influencers
Micro-influencers hebben een beperkter aantal volgers dan de kanonnen met miljoenen volgers. Deze term komt uit de VS overgewaaid, en daar gaan ze om met andere getallen. Een micro-influencer in de VS is iemand met 50 à 100.000 volgers, die een stevige community heeft opgebouwd rond een bepaald thema: fashion, travel, beauty, fitness, … In de VS wordt dan ook terecht vaak aangehaald dat het engagement van hun branded posts relatief beter scoort dan die van de grote artiesten (actrices, zangers etc).
Bert Marievoet over micro-influencers
Organoid Intelligence
Sinds eind 2022 is de hele maatschappij helemaal in de ban van artificial intelligence. Wat we daarbij wel eens uit het oog verliezen, is dat AI gigantisch vervuilend is. De datacenters die ervoor nodig zijn, stoten heel wat CO2 uit. Om nog van de kosten te zwijgen. AI is dus niet duurzaam en bovendien lopen we het risico vast te lopen in de technologische revolutie… De drang om sneller betere dingen te kunnen doen en onze intelligentie te verhogen, zal echter niet verdwijnen. Daarom is organoid intelligence ontstaan. De ambitie: onze eigen intelligentie verhogen door ons brein te tweaken.
Kristel Vanderlinden over organoid intelligence
Phygital marketing
Phygital wijst op het in elkaar schuiven van fysiek en digitaal. Bij marketing is het verwant aan omnichannel marketing, waarbij de consument zijn customer journey beleeft via de kanalen en momenten die hij wil.
Gino Van Ossel over phygital marketing
Retail media
Retail media zijn de kanalen van retailers. Denk aan hun website, maar in vele gevallen ook een eigen magazine. Deze media zijn belangrijke kanalen voor merken om met de consument in contact te komen. Vaak kan die namelijk ook aankopen op deze kanalen. De lijn tussen communicatie en aankoop is dus heel kort.
Pierre-Alexandre Billiet over retail media
Scrollytelling
Scrollytelling gaat een stapje verder dan storytelling. Het is een volledige ervaring op basis van een scrol, waardoor een verhaal verteld wordt in een zeer hybride vorm. Door te scrollen op een webpagina of webapp krijg je op een dynamische wijze animaties te zien, als je verder scrolt, komt er tekst tevoorschijn, nog wat verder zie je beelden die ook nog een bewegen als je verder scrolt… Je wordt meegenomen doorheen een verhaal aan de hand van je eigen scrol.
Casper Faelens over scrollytelling
Shoppable content
Internet was initieel een tekstueel medium, maar het visuele wordt steeds belangrijker. Wanneer je foto’s en video’s interactief maakt, kan je ze als een rekruteringskanaal inzetten zodat de consument tot aankoop kan overgaan van het product dat hij op de foto of video zag. Shoppable content is dus een technologie die je toelaat om als consument naadloos van inspiratie naar actie over te gaan.
Jonas De Cooman over shoppable content
Thought leadership
De term thought leadership werd in 1994 geïntroduceerd door de Amerikaanse econoom Joel Kurtzman. Vandaag spreken we van thought leadership als iemand of een merk zijn kennis, ervaring en passie binnen zijn vakdomein gebruikt om consequent de belangrijkste topics die bij zijn publiek leven te behandelen en zijn visie erop te delen.