De motoren die de sociale media doen draaien, zijn bij uitstek voor kinderen nefast. Praktijken die niet meer door de beugel kunnen, blijkt uit recent juridisch nieuws, maar tegelijk vragen oproepen over de digitale aanpak van uitgevers. Intussen schept het Hof van Justitie van de Europese Unie duidelijkheid over de onderhandelingen die sociale media en uitgevers voeren omtrent vergoedingen.
In maart kregen Meta en Google opnieuw een terechtwijzing. Ditmaal door een jury van het Los Angeles County Superior Court, die niet de verspreide content maar de platformen zelf onder vuur nam. In een scherpe analyse schrijft John Rahim (The Media Stack) dat uitgevers zich aan dezelfde designfouten schuldig maken…
Onethisch platformdesign
De zaak, die de techgiganten verantwoordelijk stelde voor 6 miljoen dollar aan schade, werd aangespannen door een jonge Californische vrouw en ging over de nefaste effecten van (onder andere) Instagram en YouTube op minderjarigen. De essentie: er is voldoende bewijs om te veronderstellen dat deze websites die effecten doelbewust hebben ingebouwd.
Dat onethisch platformdesign komt op meerdere manieren tot uiting. Denk bijvoorbeeld aan de werking van de aanbevelingsalgoritmes, de vele meldingen en het oneindig scrollen. Gebruikers – en zeker jongeren – moeten er zo vaak mogelijk en zo lang mogelijk actief zijn, zelfs als dat hun gezondheid in het gedrang brengt.
Het zijn ondeugdelijke producten, oordeelde de jury. “Het eerste verdict in zijn soort in de Verenigde Staten”, aldus Rahim, die het platformdesign omschrijft als ‘architectuur van verslaving’. “Maar het zal niet het laatste zijn.”
Gevoeliger thema in Europa
In Europa zijn rechtszaken en politieke maatregelen tegen de Amerikaanse technologiemultinationals minder uitzonderlijk. Eind april nog kwam het nieuws dat Facebook en Instagram een miljardenboete van de Europese Commissie boven het hoofd hangt na een onderzoek naar de toegang voor kinderen onder de 13 jaar. Meta overtreedt de Digital Services Act en moet daar dringend iets aan doen.
Ook de effecten van socialemediagebruik op kinderen zijn veel meer een heet hangijzer in de lidstaten van de Europese Unie dan aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Niet in het minst in België, waar de Hoge Gezondheidsraad in het najaar nog een vurig betoog hield voor strengere regels rond sociale media. Weinig verrassend: in het rapport wordt ook de impact van het platformdesign aangekaart.
Doen uitgevers hetzelfde?
Toch is dit voor Rahim niet louter een socialemediaverhaal. “Als die designkeuzes een ondeugdelijk product vormen wanneer Meta ze toepast, wat zijn ze dan wanneer uitgevers ze gebruiken?”
De expert op het snijpunt van marketing en technologie argumenteert dat (Amerikaanse) nieuwsbedrijven, als reactie op de naar Meta en Google wegsijpelende advertentie-inkomsten, precies dezelfde mechanismen integreren – weliswaar voornamelijk gericht op volwassen mediaconsumenten.
In zijn betoog geeft hij heel wat concrete voorbeelden mee:
- Oneindig scrollen op nieuwssites
- Pushmeldingen
- Aanbevelingen onder artikels, eerder afgestemd op kliks dan op relevantie
- Algoritmes die gedragsmetingen inzetten om gebruikers on-site te houden
- Mobiele apps met dezelfde mechanismen
- Gespendeerde tijd in plaats van views als voornaamste parameter van engagement
“Zo ondermijnen uitgevers een argument dat nochtans steek houdt: dat ze met hun deontologie en professionele standaarden fundamenteel anders opereren dan de platformen.”
Hof van Justitie verdedigt uitgevers
Los van de vraag of en in welke mate die kritiek gegrond is, staat het buiten kijf dat uitgevers zich vandaag in moeilijk vaarwater begeven. Terwijl sociale media voor velen een essentieel doorgeefluik – en helaas ook een flessenhals – van informatie blijven, is het uitbouwen van eigen digitale platformen geen eenvoudige opgave. De balans tussen aantrekkingskracht en redactionele ethiek is inderdaad vrij paradoxaal van aard.
Wat de machtsverhoudingen tussen beide partijen betreft, kwam het Hof van Justitie van de Europese Unie in mei met een interessante beslissing: het wees een klacht van Meta over Italiaanse regelgeving rond faire vergoedingen van sociale media aan nieuwsbronnen resoluut af. Uitgevers mogen effectief verwachten dat Facebook en co hen betalen voor de content die zij op die platformen delen – al is er geen sprake van een verplichting.
Over de onderhandelingen die hiervoor aan de orde zijn, gaf het Hof nog enkele belangrijke opmerkingen mee. Zo mogen technologiebedrijven de zichtbaarheid van de content niet beperken tijdens zulke gesprekken én moeten ze nieuwsmedia alle data bezorgen die nodig zijn om de eventuele financiële compensaties te becijferen.
Trouw aan identiteit én innovatie
Uitgevers doen er wellicht goed aan trouw te blijven aan hun DNA. Voor wie slow journalism voorstaat, is het kopiëren van de Meta-algoritmes en -meldingendrukte logischerwijs geen goed idee. Tegelijk is het cruciaal om te onthouden dat printmagazines bij uitstek in een digitaliserende wereld een sleutelrol behouden.
Daarnaast blijft het belangrijk om op zoek te gaan naar alternatieve businessmodellen, zodat de afhankelijkheid van sociale media en zoekmachines afneemt. Zowel qua bereik als qua inkomsten. Dat kan door samen te werken met andere partijen, zoals bijvoorbeeld een platform dat media aggregeert, maar ook door nieuwe abonnementenformules – of misschien zelfs een coöperatief model – uit te werken. Businessmodellen die innovatie en ethiek weten te combineren, gaan de mooiste toekomst in.
LAS U DIT AL?