Hoe vaak print is doodverklaard, is ondertussen al niet meer op één hand te tellen. Toch blijkt uit de whitepaper ‘L’imprimé contre-attaque !’, van de Franse printexpert Ludovic Martin, dat we misschien wel aan de revival bezig zijn. WE MEDIA nam de research erbij en nam meteen twee magazines onder de loep: ‘Enfnts Terribles’, het geesteskind van Dries Vriesacker, en Vibes, het goednieuwsplatform van o.a. Klaas Olbrechts.
Is print aan een opmars bezig? Volgens de Franse printspecialist Ludovic Martin zeker wel. Volgens hem was de coronapandemie het absolute dieptepunt voor de sector: de digitalisering van onze samenleving raakte in een stroomversnelling, wat nog versterkt werd door de opkomst van AI. Het gevolg liet zich voelen: de vraag naar gedrukte media daalde stevig.
Ondertussen schrijven we 2026 en is volgens Martin de kentering ingezet. Want, zo blijkt uit zijn research: heel wat landen beginnen hun ‘digital first’-strategie te herzien. Zweden komt terug op eerdere beslissingen om schoolboeken volledig te vervangen door e-books. In verschillende Europese landen ontstaan initiatieven om burgers opnieuw de keuze te geven tussen digitaal en papier. Opmerkelijk is volgens Martin ook dat Generatie Z – opgegroeid in een volledig digitale omgeving – mee de herwaardering van het analoge aanjaagt. ‘Digital detox’-periodes winnen aan populariteit. Vinylplaten, audiocassettes en analoge camera’s maken een comeback. Het papieren boek blijft standhouden tegenover audioboeken en e-readers. En tijdschriften keren na jaren van digitale focus opnieuw terug naar papier, op vraag van hun gediversifieerd publiek.
Waarom de printsector optimistisch mag zijn
Positioneer je je uitsluitend digitaal, dan riskeer je op te gaan in de massa, schrijft Martin. Volgens hem kan print opnieuw exclusiviteit, aandacht en waarde uitstralen. Niet enkel luxemerken zetten er daarom op in, ook gevestigde tijdschriften keren hun omschakeling naar 100% digitaal om. In de VS verschijnen ondertussen veel magazines zoals Vice en Sports Illustrated opnieuw op papier. Volgens Martin staan we aan het begin van een nieuwe cyclus.
Wie daar volop in zit, is Dries Vriesacker. In 2016 richtte hij het mode-, kunst- en lifestyleplatform ‘Enfnts Terribles’ op. Het platform bracht doorheen de jaren niet enkel lokale artiesten en trends onder de spotlights, maar interviewde ook internationaal bekende sterren – van Yungblud over PinkPantheress tot Róisín Murphy en Allie X. 10 jaar later brengt Dries zijn content voor de eerste keer in magazinevorm – de eerste editie verscheen in oktober.
In De Standaard lichtte hij zijn keuze toe. “Eigenlijk wilde ik vijf jaar geleden al een printeditie, maar achteraf bekeken was dat geen goed moment. Het tienjarige bestaan van ‘Enfnts Terribles’ voelde als de juiste mijlpaal om te vieren met een magazine. Ik geloof niet dat print dood is. Er is zeker een markt voor vernieuwende, interessante magazines. Zo’n printmagazine is een fijne manier om vanuit een groter thema verschillende verhalen te vertellen.”
Ook Klaas Olbrechts, medeoprichter van goednieuwsplatform Vibes, gelooft in de waarde van print. Hij startte met Vibes na het lezen van Jodie Jacksons ‘You are what you read’. Zijn missie: een tegengewicht bieden aan al het negatieve nieuws in de wereld en aan solution-based journalism doen, onder het motto ‘als je de mindset van mensen kan veranderen, kan je de wereld veranderen’. Na de lancering van het platform via een website en op sociale media, was print voor Vibes een must. “Het magazine was een motor voor onze geloofwaardigheid”, vertelt hij. “We lanceerden het niet voor de directe winst, maar om autoriteit op te bouwen en adverteerders aan te trekken. Die strategie legde ons geen windeieren: we hadden al 15 partners/sponsors nog voor het gedrukt werd. Print werd, naast events en onze digitale aanwezigheid, een van de belangrijkste kanalen om ons doelpubliek te bereiken.”
Exclusieve content
Zowel bij ‘Enfnts Terribles’ als bij Vibes denken ze goed na over welke content op welk kanaal komt. Dries (in zijn interview in De Standaard): “Op Instagram hebben we veel interactie met onze community. In die context is het leuk om snel nieuws te delen of je volgers mee te nemen naar de modeweken. Diepgaande stukken, zoals een interview met Stefano Gallici (creative director bij Ann Demeulemeester), plaatsen we voortaan uitsluitend in print. Waarom zou je een magazine nog kopen, als alles online staat? Het is de bedoeling dat ons magazine superexclusief blijft.”
Bij Vibes zit het iets anders. Klaas: “Onze printcontent verschijnt online, maar wél achter een paywall, om de waarde ervan te beschermen. Op onze website brengen we vaak actueel, luchtiger nieuws. In print geven we prioriteit aan tijdloze stukken en nemen we de ruimte om oplossingen die de wereld beter maken tot in de diepte uit te spitten.”
Een boekje op zakformaat
“Een printeditie dwingt je om echt over alles na te denken. Wie plaats je op de cover? Waar houden we de fotoshoots? Hoe moet het grafisch ontwerp eruitzien? Waar komt welk artikel? Welke lettertypes gebruik je?” vertelde Dries in De Standaard. Voor hem is zijn magazine een manier om mensen mee te nemen in zijn artistieke visie. “Het zit ‘m in de details. Zo zijn onze katernen bijvoorbeeld aan elkaar genaaid en haalden we ons papier bij een Italiaanse producent. Heel kostelijk, maar die zaken doen ertoe als je je artistieke universum tastbaar wilt maken.”
Vibes daarentegen koos voor een boekje op zakformaat. “Dat was aanvankelijk een discussiepunt met medeoprichter Jan Dejonghe”, vertelt Klaas. “Je geeft adverteerders immers een minimum aan ruimte om hun boodschap te brengen. Maar uiteindelijk bleek dat geen punt en ben ik blij dat we de visie van Jan hebben gevolgd: het draagbare formaat bleek superhandig voor onderweg. Jan wist ook hoe je het aantrekkelijk kon designen: vormgeving, foto’s, titels, … Het doel was: een Instagramfeel op papier. Daar zijn we in geslaagd.”
Zichtbaarheid dankzij de community
Je kan dan nog een magazine maken, maar als niemand het ziet liggen in de winkel, ben je eraan voor de moeite. Bij Vibes zijn ze zich daar zeer bewust van. Klaas: “Zichtbaarheid is een challenge: in verkooppunten valt het nog te weinig op. Daarom wordt de tweede editie iets groter qua formaat. De cover is ook cruciaal – we kiezen voor een bekende persoonlijkheid, zoals radiopresentatrice Charlotte Sieben, om een breed publiek aan te trekken. Verder testen we branded displays en betere plaatsing.”
Een community opbouwen blijkt ook een must. Bij Vibes word je ‘member’, de contentcreatoren zijn Provibers. Ook ‘Enfnts Terribles’ is erg community-driven, vertelt Dries. Dat heeft positieve gevolgen gehad voor de verdeling van het magazine. “Ik denk dat onze grote kracht is dat we erin slagen om ons publiek ook offline te verenigen. Intussen is het tijdschrift met een oplage van 4.000 stuks op elk continent verkrijgbaar. Dat is mede het werk van fans die bij hun lokale boekhandel aandrongen om de titel in huis te halen. Plots kwam AIE, een van ’s werelds grootste distributeurs, zélf aankloppen. Grappig, want ik had die zelf al eens gecontacteerd. Zonder succes.”
Het financiële plaatje
Over een revival van print in het algemeen spreken Dries en Klaas zich niet uit, maar over de toekomst van hun magazine zijn ze allebei voorzichtig optimistisch. Dries: “Financiering zal altijd een grote uitdaging zijn. Maar met het eerste nummer is de grootste horde wel genomen. Modemerken adverteren doorgaans niet in pilootprojecten, maar enkele Belgische huizen zoals Delvaux en een grote internationale retailer wilden toch met ons in zee. Als je één grote naam kunt overtuigen, volgt de rest.”
Klaas: “Bij ons was het magazine winstgevend vanaf nummer één. Dat was een cruciale validatie van ons inkomstenmodel, gebaseerd op advertenties en verkoop naar onze lezers en in combinatie met een strikte kostenbeheersing. De designkosten en fotografie hadden we misschien aanvankelijk wat onderschat, maar het bleek geen struikelpunt. Dat het winstgevend is, bewijst dat het een haalbare kaart was, zelfs in onze kleine Vlaamse markt. De prijs zal er ook mee te maken hebben: 3,9 euro is billijk, een cappuccino kost vandaag evenveel. Ten slotte merken we dat het adverteerders écht aantrekt: ook zij willen graag gezien worden in een positieve context. Maar we zullen nummer per nummer moeten blijven bekijken of het winstgevend blijft.”
Ook PUB kiest voor print
Het is aangetoond: de keuze valt steeds vaker op print. Zo schuift het Belgisch B2B vakblad PUB – ter gelegenheid van haar 50ste verjaardag – print opnieuw naar voor en besloot het om de gedrukte oplage te verhogen van 5 edities naar maar liefst 9 edities.
In dit artikel werd geciteerd en geparafraseerd uit het stuk‘Print is dood? Niet volgens Dries Vriesacker van het Belgisch modeblad ‘Enfnts Terribles’’(De Standaard) en uit de whitepaper ‘L’imprimé contre-attaque !’ van Ludovic Martin.
LAS U DIT AL?