Hoewel de term fake news het verspreiden van desinformatie (doorgaans) onterecht in verband brengt met de activiteiten van de nieuwsmedia, is het een feit dat nieuwsprofessionals een grote rol hebben in de strijd tegen onwaarheden en misleidende boodschappen. Maar hoe vullen de Belgische uitgevers die taak precies in?
“Er is vandaag sprake van een overweldigende informatietsunami”, schetst Pol Deltour, nationaal secretaris van de Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ) en de Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten in België (AVBB), de huidige context waarin desinformatie welig tiert. “Fake news is van alle tijden, maar de bredere en snellere verspreiding van informatie maakt het probleem acuter dan ooit.”
Vooral omdat misleidende of ronduit foutieve boodschappen niet zonder gevolgen blijven, weet Deltour. “Fake news over corona heeft mensenlevens gekost. Fake news over banken bracht financiële slachtoffers met zich mee. En het politieke fake news in de Verenigde Staten leidde bijna tot een revolutie.” Dat de nieuwsmedia als informatieverstrekkers pur sang een grote bijdrage kunnen leveren aan de strijd tegen fake news en de kwalijke consequenties die het kan teweegbrengen, staat natuurlijk buiten kijf.
De beste remedie: niet-fake news
Een eerste en misschien wel belangrijkste aspect van het antwoord dat de media kunnen bieden, heeft volgens Pol Deltour te maken met hun hoofdopdracht. “De beste remedie tegen fake news is simpelweg het aanleveren van voldoende niet-fake news: betrouwbare, door professionals gemaakte informatie. Gelukkig mogen we op dat vlak niet klagen in België, want zowel de klassieke dagbladen en omroepen als de magazine-uitgevers vervullen die taak met verve.”
Volgens Jan Jagers, freelance journalist bij Roularta Media Group en managing director van deCheckers vzw, is het inderdaad belangrijk dat de media een culture of accuracy nastreven. “En de lat mag daarbij gerust nog wat hoger liggen: het is niet eenvoudig om publiekelijk fouten toe te geven en recht te zetten, maar wie het vertrouwen van het publiek wil, moet er respectvol mee omgaan.” Die nood aan transparantie wordt bovendien beklemtoond in de Code van de Raad voor de Journalistiek, zegt Pol Deltour. “Wanneer er toch eens onjuiste informatie doorsijpelt in de berichtgeving, hebben journalisten de beroepsethische plicht om zichzelf te corrigeren.”
Jörgen Oosterwaal, creatief directeur van De Morgen en Humo, pleit voorts voor kalmte in de journalistieke praktijk. “Ik hamer er in mijn gesprekken met de redacties vaak op dat het essentieel is om voldoende tijd te nemen en je nooit te laten opjagen. Om niet steeds te denken aan charge, maar ook aan decharge. Wanneer iemand bijvoorbeeld negatief in de media verschijnt, komt er dikwijls een hele negatieve nieuwsstroom op gang met de focus op meer schuld. Bijna nooit gaat een journalist dan op zoek naar elementen van onschuld.” We geven voor de volledigheid mee dat er met de Raad van Journalistiek een onafhankelijke instantie bestaat, die verantwoordelijk is voor het behandelen van vragen of klachten over de beroepsethiek van journalisten.
Vertrouwen cruciaal
Het vertrouwen van het publiek in de (traditionele) nieuwsmedia is van levensbelang. Professioneel gebracht nieuws mag dan wel bijzonder kwalitatief en betrouwbaar zijn, het is ook de perceptie van betrouwbaarheid die uiteindelijk een belangrijke rol speelt. Zeker in de context van een informatietsunami waarin heel wat (jongere) burgers zich voornamelijk laten informeren door al dan niet obscure berichten op sociale media, een problematiek die ook aangekaart werd op het MediaSpecs-debat over fake news.
“Het is heel belangrijk om iedereen met een open vizier te benaderen”, stelt Jörgen Oosterwaal. “De mensen die geloven in fake news, vormen absoluut geen homogene groep. Sommigen hebben wat twijfels bij bepaalde thema’s, anderen kijken op een alternatieve manier naar de waarheid. Het zijn alleszins niet allemaal idioten en nitwits. Probeer altijd te luisteren, in dialoog te gaan en de gevoeligheden te begrijpen.”
“Professionaliteit, transparantie, het respecteren van privacy, diversiteit in de berichtgeving: betrouwbaarheid kent verschillende elementen, en is uiteindelijk de clue”, aldus Deltour. “Wanneer het publiek je vertrouwt, zal het steeds bij jou komen aankloppen voor informatie. Maar vertrouwen verwerf je niet op één dag. En let op: vertrouwen komt te voet, maar vertrekt te paard.”
Factchecking
Pol Deltour wijst daarnaast op het belang van counterspeech, het rechtstreeks tegenspreken en ontkrachten van fake news. “Dan hebben we het natuurlijk over factchecks, waarop heel wat klassieke media vandaag inzetten. Wat dat betreft, heb ik echt het gevoel dat we vrij goed bezig zijn in ons land.”
Jörgen Oosterwaal plaatst op zijn beurt enkele kritische kanttekeningen bij deze techniek. “De factcheck is een soort mythe geworden, maar het is eigenlijk eerder een format dan een journalistiek aanbod. Naar mijn mening heeft het weinig zin om telkens één factcheck te maken. Als je fake news over de hele lijn wil tegengaan, moet heel je redactie getraind zijn in het weren van foute informatie en moet élk gepubliceerd artikel gefactcheckt zijn.”
Jan Jagers hecht wel een grote waarde aan factcheckartikels. “Het dubbelchecken van feiten is evident en vormt de basis van elk goed journalistiek stuk. Maar ook het factcheckgenre op zich is bijzonder nuttig: niet als silver bullet tegen fake news, wel als onderdeel van een totaalpakket kwaliteitsjournalistiek. Zo kan je alles wat het publieke debat beroert monitoren en op een transparante manier onderzoeken en duiden. Het gaat dan om berichten die viraal gaan op sociale media, maar evenzeer om uitspraken van politici.”
Samenwerking
Dat factchecks vooral mensen bereiken die niet ten prooi waren gevallen aan de behandelde desinformatie, vormt een belangrijk bijkomend punt van kritiek. Om daaraan tegemoet te komen en de impact van zulke stukken gevoelig te vergroten, is deCheckers een interessant initiatief en tevens een mooie uiting van samenwerking tussen verschillende mediahuizen. VRT NWS, Knack en Factcheck.Vlaanderen bundelen er immers al hun factchecks – en de deur staat wagenwijd open voor extra partners.
Het blijft er trouwens niet bij een ruime catalogus aan factcheckartikels. Iedereen kan er tips achterlaten, die dan worden doorgespeeld naar de verschillende redacties, en deCheckers is bovendien zeer actief op sociale media, de bron van veel kwaad. “Ik mag met enige trots zeggen dat dit wereldwijd het enige project is dat de factchecks op een systematische manier bij gerelateerde incorrecte informatie op sociale media brengt”, laat managing director Jan Jagers optekenen. “Zo verrijken we het publieke debat met feiten.”
Educatieve functie?
Een belerende rol opnemen als nieuwsmedium, lijkt niemand een goed plan. Voor onderzoeksjournalistieke stukken over de impact van desinformatie, of voor het aanwenden van de journalistieke expertise om het publiek in zekere zin te trainen in het herkennen van fake news, bestaat echter wel een draagvlak. Dat kan door informatie te verschaffen over bepaalde indicatoren van desinformatie, of door technieken aan te leren waarmee iedereen zelf de waarachtigheid van een bron of een afbeelding kan natrekken.
Dat intussen ook de onderwijsnetten en initiatieven als Mediawijs aandacht besteden aan de gevaren van fake news, toont aan dat de media niet alleen staan in dit verhaal. Verder zijn er natuurlijk eveneens de inspanningen uit politieke hoek, zowel op Europees niveau als in België. Al heeft Pol Deltour in dat kader wel wat bedenkingen. “Bepalen wat juiste informatie is en wat niet, is een moeilijke oefening waarvoor we niet alle eieren in het mandje van de overheid mogen leggen. Het zijn vooral de media die de grenzen via zelfregulering zullen moeten vaststellen en bewaken.”
Een stelling waar WE MEDIA als federatie van de uitgevers volledig achter staat en die ook verdedigt in onder meer het actuele debat over de European Media Freedom Act.
Zin om meer te lezen?