De mediasector is sowieso al een van de meest aan verandering onderhevige sectoren, maar om de zoveel tijd zijn er periodes dat de disrupties en de uitdagingen nog groter lijken te zijn. Wonderrecepten zijn er niet, maar gelukkig zijn er enkele formules die hun succes bewezen hebben, ook voor kleinere uitgevers. Dat weet Bruno Koninckx, onderzoeker en business developer bij Thomas More en bestuurslid van WE MEDIA.
“In de ongeveer 35 jaar dat ik zelf in de media actief ben – eerst als journalist, daarna als onderzoeker en consultant – is er maar één constante: het gaat bijna altijd moeilijk. Van de enkele tientallen tijdschriften waar ik ooit voor gewerkt heb, zijn er hooguit nog een handvol overgebleven.
Zeker de magazinesector lijkt er een die constant ondergefinancierd is en het daarom altijd lastig heeft. Was er niet zo veel passie bij veel uitgevers, (hoofd)redacteurs en journalisten voor het vak op zich, er zouden helemaal geen media meer over blijven, zo lijkt het soms.
Om de zoveel jaar stormt het echter nog wat harder. Dachten velen bij het begin van het commerciële web nog dat die technologie de redding kon betekenen, dan volgde na enkele jaren de kater toen bleek dat je inhoud gratis aanbieden niet echt een slimme zet was.
Toen de eerste iPad uitkwam, dachten we in magazineland dat de gouden tijden weer zouden aanbreken. Ook daarna kwam de kater hard binnen. De verdere digitalisering, de ontlezing die al enkele decennia bezig is, en een stortvloed aan foto’s en video’s op sociale media, lijken helemaal het einde in te luiden.
En toch kan je een grote kans hebben om de huidige barre tijden te overleven. De voorwaarde? De uitspraak van Darwin boven je bed hangen. Die stelt dat het degene is die ‘the most adaptable is to change’ die de meeste kans heeft om te overleven.
Maar om je te kunnen aanpassen, is er wel een en ander nodig. Een goede tien jaar geleden hebben we met Thomas More in een onderzoek proberen te achterhalen wat dat was, en de meeste bevindingen daaruit blijken nog altijd relevant.
Als je er naar vraagt, zal iedereen uit de sector wel zeggen dat innovatie noodzakelijk is. In tijden van (generatieve) AI lijkt dat nog meer dan anders het geval te zijn. Maar telkens lijken er twee weerstanden te zijn die de snelheid van innoveren afremmen: een trage besluitvorming inzake innovatie én een angst voor kannibalisatie van de huidige producten.
In vergelijking met nogal wat andere landen, aarzelen in ons land veel bedrijven en zeker uitgevers om snel nieuwe zaken uit te proberen en ze bij succes echt grondig te implementeren. Het gebrek aan tijd, middelen en kennis, zeker bij kleinere uitgevers, komt daar nog eens bovenop.
Niet alleen technologische innovatie is belangrijk. Je moet ook je business- en verdienmodellen durven in vraag te stellen, bijsturen of helemaal omgooien. Ook daar kan in budgettair uitdagende tijden de angst voor het onbekende en het onzekere verlammend werken.
Daarnaast moet je beseffen dat innoveren om te innoveren ook geen goede strategie is. Zonder een goede kennis van je interne structuren en processen, van de innovatiebereidheid bij je medewerkers, en van hoe je ecosysteem er uitziet, is het risico groot dat je blind op een muur botst.
Aan de andere kant moet je ook een goed beeld blijven hebben van de markt waarin je actief bent, van je lezers of kijkers, je (mogelijke) doelpubliek, van wat hun noden zijn of waar ze wel voor open kunnen staan. Dat vergt inspanningen op het vlak van lezers- of gebruikersonderzoek, vinger aan de pols houden bij jonge generaties, …
Bij de grote uitgevers zien we al langer een tendens naar consolidatie en naar internationalisering om al die uitdagingen te kunnen blijven aangaan. Bij kleinere spelers of uitgevers uit social- of non-profit, is dat haast niet haalbaar. Vandaar de absolute nood om binnen de sector samen te werken, om samen te investeren en om samen te innoveren. Bovenstaande richtlijnen kunnen dan alvast helpen.”
LAS U DIT AL?