Over de grens: samenwerken met buitenlandse magazines

collaborations magazines étrangers

Vandaag consumeren we media tot ver buiten onze eigen landsgrenzen via sociale media, podcasts en andere digitale mediavormen. Hoe kan je daarop inspelen als magazine? Door óók de grens over te steken. Samenwerkingen met buitenlandse magazines kunnen namelijk rijkere content, een groter bereik en zelfs nieuwe inkomstenbronnen opleveren. Maar hoe pak je dat als kleine uitgeverij concreet aan? Wij vroegen raad aan MO*, rekto:verso en Folio.

De handen in elkaar slaan met een buitenlandse concullega kan sterkere content en – let’s be honest – een interessant verdienmodel opleveren. Joe Martin, vice president voor commerciële partnerships van de Wall Street Journal, benadrukte in 2018 al dat hun samenwerking met het Japanse NewsPick voor meer lezers en betrokkenheid zorgt in beide landen.

Maar zijn buitenlandse samenwerkingen enkel voor de grote jongens weggelegd? Niet per se. Kleine en onafhankelijke titels kunnen via internationale samenwerkingen hun positie versterken tegenover grote mediagroepen.

6 vormen van internationaal samenwerken

De meest logische vorm van samenwerken is content licensing: artikels of reportages verkopen aan andere publicaties. Een lichtere vorm daarvan is content exchange, waarbij magazines artikels kosteloos uitwisselen. Daarnaast bestaan er licentiemodellen waarbij een volledige buitenlandse publicatie lokaal verschijnt. Een voorbeeld is Scientific American, dat in het Nederlands verschijnt via Eos onder de naam Psyche&Brein.

Een voordelig bundelabonnement kan dan weer nieuwe abonnees aantrekken en de betrokkenheid bij bestaande abonnees verhogen. Ook co-producties winnen aan belang. Denk aan podcasts, reportagereeksen, events of onderzoeksjournalistiek. Zulke samenwerkingen laten magazines toe om kosten, maar ook expertise en bereik te delen.

Sommige publicaties steunen zelfs volledig op internationale netwerken. Het Weense platform Eurozine verbindt bijvoorbeeld meer dan negentig culturele tijdschriften uit heel Europa en stimuleert de uitwisseling van artikels en ideeën.

Internationale samenwerking draait bovendien niet alleen om inhoud. Door samen een publiek te bereiken, kunnen magazines ook interessanter worden voor adverteerders, want plots kan eenzelfde advertentie heel wat extra lezers bereiken.

Rekto:verso: “Een manier om ons eigen publiek te verbreden.”

Rekto:verso werkte de voorbije jaren samen met internationale partners, en ook de auteurs die het magazine publiceert hebben verschillende achtergronden. “We publiceren hoofdzakelijk Belgische, Nederlandstalige auteurs, maar daarnaast is zo’n 10% van de auteurs afkomstig uit het buitenland, waaronder veel Nederlanders ”, vertelt co-hoofdredacteur Arnout De Cleene.

Artikels herpubliceren gebeurt occasioneel. “We publiceren bijna uitsluitend nieuwe teksten. Herpublicatie gebeurt sporadisch, wanneer een stuk van een buitenlandse auteur een noodzakelijk perspectief binnenbrengt in een themanummer, bijvoorbeeld.”

Er zijn ook enkele structurele samenwerkingen. Van 2023 tot en met 2025 nam rekto:verso samen met zes andere Europese magazines deel aan Come Together, een initiatief van het Poolse Krytyka Polityczna, waarbij onafhankelijke tijdschriften en media-organisaties kennis uitwisselden over onder meer businessmodellen en publiekswerking.

Elk medium begeleidde ook aspirerende journalisten bij het schrijven van een onderzoeksartikel, dat dan in het eigen blad en op een centrale website gepubliceerd werd. Via het internationale netwerk van Eurozine wisselt rekto:verso vandaag nog steeds artikels uit. “Dat is ook een manier om ons eigen publiek te verbreden en nieuwe lezers te bereiken.”

Volgens De Cleene tonen zulke samenwerkingen dat internationale uitwisseling niet noodzakelijk groots georganiseerd hoeft te zijn. Vaak begint het klein en groeit het organisch verder.

MO*: “Bepaal eerst je doel en ga dan pas op zoek naar de juiste partner.”

Ook bij MO* ontstaan internationale samenwerkingen op een vergelijkbare spontane manier, vertelt adjunct-hoofdredacteur Charis Bastin. “Bij een kleine uitgeverij groeien zulke samenwerkingen vaak organisch en op persoonlijk niveau. Als je al iemand kent bij andere redacties bijvoorbeeld.”

MO* werkte onder meer samen met het Nederlandse OneWorld rond contentuitwisseling. “Het interessante is daarbij vooral dat we geen identiek, maar wel een overlappend publiek hebben.” Daarnaast maakt het blad, samen met honderden andere titels, ook deel uit van Climate Coverage Now voor kennisuitwisseling rond klimaatjournalistiek en opleidingen.

Volgens Bastin is het cruciaal om vooraf scherp te definiëren waarom je wil samenwerken. “Een buitenlands partnerschap kan geen doel op zich zijn. Wat wil je bereiken? Meer zichtbaarheid bij een buitenlands publiek, kennisdeling of rijkere content? Enkel in functie daarvan kan je op zoek gaan naar een partner.”

Hoewel een internationale samenwerking waardevol is, wijst ze ook op de uitdagingen. “Zo’n samenwerking moet altijd gemanaged worden, en een kleine redactie komt altijd handen tekort. Je moet overgenomen content bijvoorbeeld nog altijd vertalen en redigeren volgens de tone of voice van jouw blad, en dat vraagt extra inspanning.”

Ook verdienmodellen kunnen een uitdaging vormen. “Als wij een artikel overnemen van een blad dat achter een betaalmuur zit, dan maken we de paywall van de andere partij eigenlijk minder sterk.”

Folio: “De kracht van niche werkt ook over de grens”

Voor Folio, de Nederlandstalige vereniging van culturele en literaire tijdschriften, ligt de sterkte van internationale samenwerking vooral in nichepublieken. “De bij ons aangesloten tijdschriften zijn heel niche, en dat is hun grote kracht. Als je in België een blad maakt over kunsttechnieken, dan is daar in Nederland zeker ook een publiek voor te vinden ”, zegt coördinator Katelijne Goris. Een goed voorbeeld is Kunstletters, het magazine van Kunstwerkt dat ook in Nederland goed verkoopt.

Ze verwijst daarbij naar een uitspraak van de directeur van De Deeluitgeverij, Kristine Ooms op de Foliodag 2025: “Definieer je poolster. Met een scherpe focus creëer je een krachtige, loyale lezersbasis. Word de onbetwiste autoriteit en stem elk facet van je blad daarop af.” Net dankzij die scherpe profilering is een nichemagazine volgens Goris ook internationaal interessant.

Buitenlandse samenwerking loopt volgens haar vaak via persoonlijke contacten. “Etcetera, een theaterblad, publiceert bijvoorbeeld ook Engelstalige artikels of input van buitenlandse makers. Die content vloeit voort uit partnerschappen die ze buiten het magazine om hebben.”

Go international: 5 tips om zelf te starten

1. Bepaal je doel

Wil je nieuwe lezers bereiken, kosten delen, expertise uitwisselen of extra content aanbieden? Een samenwerking werkt alleen als het doel duidelijk is.

2. Gebruik je netwerk

Veel internationale samenwerkingen ontstaan via persoonlijke contacten. Kijk dus eerst naar bestaande relaties binnen je sector.

3. Zoek complementaire partners

De beste samenwerkingen ontstaan tussen magazines die inhoudelijk aansluiten, maar niet exact hetzelfde publiek bedienen.

4. Begin klein

Een eerste stap kan eenvoudig zijn: een artikeluitwisseling, een gezamenlijke nieuwsbrief of één event.

5. Maak duidelijke afspraken

Zelfs informele samenwerkingen vragen heldere afspraken over rechten, timing, redactionele keuzes en eigenaarschap.

LAS U DIT AL?