Je pense donc je publie: de impact van artificiële intelligentie op de printwereld

artificiële intelligentie printwereld

Met het toepasselijk getitelde Now Futures kwam aan het begin van dit jaar het eerste volledig door AI gegenereerde magazine op de markt. Een mijlpaal op het vlak van creatieve print of de doodsteek ervan? Een stand van zaken, geschreven door een journalist van vlees en bloed.

“The medium is the message” luidt een tijdloos adagium van wetenschapper Marshall Macluhan. Hoewel: tijdloos? Sinds de intrede van AI komen medium en boodschap steeds nadrukkelijker onder druk te staan en lijken beide meer dan ooit met elkaar versmolten. Dankzij AI kan de boodschap enerzijds immers het medium vormen en beïnvloeden. Anderzijds kunnen algoritmen en mogelijke vooroordelen van AI echter ook van invloed zijn op de manier waarop informatie wordt gepresenteerd en geïnterpreteerd.

Wat er ook van zij: de toenemende afhankelijkheid van AI-gestuurde contentcreatie en -distributie in de media dreigt de fundamenten van het printlandschap aan het wankelen te brengen. Houdt de menselijke input in print de bovenhand en blijft ze overeind of gaat ze kopje onder in een door data aangedreven drang naar snelle, hapklare content?

Toegegeven: de zin om aan dit stuk een ferme meta twist te geven en ChatGPT te vragen een artikel te schrijven over het gebruik van AI in de geschreven print kwam aanvankelijk even bovendrijven. Maar zoals wel vaker overstijgt de technologische realiteit vandaag al lang de fictie: aan het begin van dit jaar verscheen namelijk niet zomaar een artikel op basis van AI maar een volledig tijdschrift, Now Futures genaamd, dat binnen een paar uur door kunstmatige intelligentie werd gemaakt. Daarin werden – o ironie – trends en voorspellingen voor 2024 gedaan.

Op het Franse media platform Stratégies ging Morgane Soulier, de gespecialiseerde digitale consultant achter het project, onlangs dieper in op haar drijfveren voor het maken van het tijdschrift. “Ik gebruik ChatGPT dagelijks omdat ik er plezier in heb, ik daag het uit en ik schrijf nogal wat artikels voor de pers. Het is een onderwerp dat me echt fascineert! Op een ochtend werd ik wakker en ik zei tegen mezelf: Ik ga vandaag met ChatGPT spelen en ik ga hem vragen om mij zijn visie te geven over wat 2024 in petto zou kunnen hebben.”

Integrale AI-aanpak

Werden in het verleden wel vaker teksten geschreven met de hulp van artificiële intelligentie, dan ging Soulier nog een stap verder en besloot ze voor een integrale AI-aanpak te gaan. “In eerste instantie polste ik bij ChatGPT welke grote thema’s aan bod zouden moeten komen in een tijdschrift in 2024. Het antwoord was vrij standaard, met topics zoals politiek, het klimaat, economie en financiën, wetenschap en technologie, cultuur en keuken. Daarna daagde ik hem per onderwerp uit door hem te vragen wat hij in het tijdschrift zou zetten.”

Daar bleef het niet bij, zo blijkt. In datzelfde Stratégies relativeert Soulier immers grotendeels haar eigen bijdrage en betrokkenheid bij Now Futures. “Ik heb niets geschreven – het hele magazine is bijeengepend door ChatGPT. Je moet weten dat ik niets heb veranderd aan de gegenereerde antwoorden. Mijn enige rol was om uit te vissen hoe een boek dat 100% door generatieve intelligentie is gegenereerd eruit zou kunnen zien. Daarna maakte ik voor elk thema gebruik van Midjourney om de illustraties te genereren.”

Op basis van datzelfde Midjourney, een programma en service voor kunstmatige intelligentie, werd vorig jaar eveneens het Midjourney Magazine in elkaar gebokst, een tijdschrift dat bijna volledig werd gevuld met door AI gegenereerde beelden en interviews met leden van de Midjourney gemeenschap bevat. In Wired Magazine werd het resultaat daarvan alvast fijntjes gefileerd door Michelle Pegg, medeoprichter van Curate Creative. Ze noemde het tijdschrift zielloos en vond dat het geen diepte maar alleen mooie plaatjes toonde. “Het grote gemis in het tijdschrift is de menselijke connectie. Geen verhalen, geen duidelijke reden achter de beelden waar ik meer over wil weten, geen reden voor die stijl”, aldus Pegg.

Liefde op het eerste gezicht

Ondanks de kritiek wordt Midjourney vandaag wel gretig opgepikt door journalisten. Zo was de service eveneens de motor achter Copy, door maker Carl-Axel Wahlstrӧm omschreven als “het eerste AI-aangedreven modetijdschrift ter wereld”. Net zoals bij Soulier lag ook bij de 41-jarige Zweed wat creatief geflirt met AI aan de basis van zijn ‘kunstmatige tijdschrift’. “Het was liefde op het eerste gezicht. Van de ene op de andere dag, verbeterde de technologie zodanig dat hij realistische beelden kon maken in plaats van geairbrushte of abstracte beelden. Ik zag veel rode waarschuwingssignalen, maar ik had ook het gevoel dat ik deel uitmaakte van iets nieuws en revolutionairs. Ik begreep al vrij snel dat de techniek nog erg jong is en dat er veel fouten in zitten, maar ik had de drang om het gewoon uit te brengen, om te kunnen zeggen dat ik ’s werelds – voor zover ik weet – eerste AI-modeblad had gemaakt.”

Ere wie ere toekomt: Wahlström tekende in 2023 inderdaad voor het eerste volwaardige door AI gegenereerde modeblad, al haalde hij daarvoor ongetwijfeld minstens gedeeltelijk de mosterd bij de door AI-aangedreven magazinecovers die zijn blad voorafgingen. Cosmopolitan maakte een jaar eerder reeds in twintig seconden een cover op basis van de AI-tool DALL-E 2. Al liep dat niet van een leien dakje.

Zo was de meerderheid van de mensen die de tool weergaf, vanwege de bevooroordeelde datasets die het te zien kreeg, blank. En ook qua ontwerp bleek de tool onvolmaakt aangezien hij niet goed was in het weergeven van fotorealistische gezichten. In plaats daarvan genereerde DALL-E 2 bij de opmaak expres wankele ogen of verdraaide lippen in een poging te beschermen tegen de technologie die wordt gebruikt om deepfakes of pornografische afbeeldingen te maken, die vrouwen onevenredig veel schade toebrengen. Op haar eigen website trok Cosmopolitan alvast de conclusie dat DALL-E 2 in de eerste plaats een hulpmiddel voor creatieve geesten is, een hulpmiddel dat niet kan creëren zonder de creatieveling zelf.

Al valt daarover te discussiëren. Werd AI in het begin vooral gebruikt door de mens als ondersteunend en aanvullend hulpmiddel dan lijken de rollen stilaan omgedraaid. Zo nam AI in het geval van Now Futures en Copy het werk haast autonoom voor zijn rekening en bleef de humane inbreng beperkt tot een schrale voetnoot. Of om het met een metafoor te stellen: zat de mens in de mediawereld van oudsher achter het stuur als een trotse, pro-actieve chauffeur dan dreigt hij door de komst van AI in sneltempo gedegradeerd te worden tot het vijfde wiel aan de zelfrijdende wagen. Al hoeft hierbij wel gezegd dat zowel Soulier en Wahlstrӧm in zekere mate het beeld van een onafhankelijk, foutloos presterend AI-plaatje nuanceren op basis van hun eigen ervaringen.

Grenzen

Soulier botste naar eigen zeggen alvast op de grenzen van objectiviteit en neutraliteit. “Ik moest tussenbeide komen bij het politieke gedeelte. Toen ik hem vroeg om de belangrijkste verkiezingen in 2024 op te sommen, presenteerde hij de verkiezingen in 70 landen behalve Rusland. Ik antwoordde de uitdager: “Waarom zet je Rusland niet op de lijst?” En ChatGPT antwoordde: “Je hebt gelijk. Als Rusland een normale verkiezingskalender volgt, zou Rusland inderdaad verkiezingen moeten hebben.” Ik dacht bij mezelf dat er iets vooringenomen of op zijn minst twijfelachtig was aan dit antwoord.”

Wahlström werd daarentegen niet zozeer geconfronteerd met een verbloeming als wel met een zekere mate van vervorming van de realiteit. “Ik vind het resultaat mooi, maar ik zie ook veel fouten en problemen. Zo vind ik de modellen bijvoorbeeld veel te dun en perfect, maar dat maakt het ook heel interessant. Ik denk dat de enige factor waarbij ik echt het gevoel had dat ik iets kon veranderen – en die ik ook heb aangegrepen – de etnische diversiteit in het tijdschrift is. Er zijn veel blonde vrouwen, maar er zijn ook veel andere types. Er leken niet zoveel beperkingen te zijn bij AI, maar wat betreft de styling en het vrouwenlichaam en de perfecte norm, was het echt moeilijk, bijna onmogelijk, om zaken proberen te veranderen. AI kent namelijk niets anders. Het weet alleen wat het heeft geleerd en dat is hoe wij foto’s hebben gemaakt.”

Voor iedereen die de menselijke aanpak en inbreng in de creatieve content aanhangt, komen Wahlströms woorden wellicht aan als een welgekomen hart onder de riem. AI kan vandaag dan wel massa’s informatie genereren, maar out of the box denken, blijkt ook anno 2024 nog steeds geen sinecure. Ook bij Soulier schemert die visie door in haar kijk op het resultaat. “Het magazine is heel leesbaar en duidelijk over de klimaat-, gezondheids- en politieke kwesties. Maar een negatief punt is dat het nogal hol is en het vermogen mist om dieper te graven en verder te gaan.”

Een stelling die aansluit bij de bevindingen van NYU professor Meredith Broussard, auteur van het boek More Than a Glitch, dat raciale, gender- en capaciteitsvooroordelen in technologie onderzoekt. Zij ontdekte dat alles wat is ingebakken in de huidige generatieve modellen zoals ChatGPT – van de datasets tot wie de meeste financiering ontvangt – een gebrek aan diversiteit en diepte weerspiegelt. “Het is onderdeel van het probleem dat big tech een monocultuur is,” aldus Broussard, en niet een die nieuwsredacties die de technologieën gebruiken gemakkelijk kunnen omzeilen.”

Monocultuur

De monocultuur van big tech dreigt de journalistiek dan ook steeds meer uiteen te drijven in twee kampen. Aan de ene kant staan de voorstanders van big tech en AI, die de voordelen van technologische vooruitgang en efficiëntie benadrukken, aan de andere de critici, vaak aangeduid als ‘romantische zielen’, die bezorgd zijn over de inherente vooroordelen en monocultuur binnen deze technologieën, en pleiten voor meer diversiteit. Of zoals Soulier in Stratégies stelde: “Ik denk dat er twee categorieën mensen zijn: optimistische techno’s en pessimistische techno’s. De techno-pessimisten zijn erg bang en willen ChatGPT verbieden vanwege de gevaren die het symboliseert en de banen die het zou kunnen vervangen. Tegelijkertijd zullen optimistische techneuten zich eerder richten op de tijd die AI bespaart en proberen te leren hoe ze het kunnen gebruiken.”

Maar ook bij de optimistische techneuten gaan heel wat stemmen op voor een strikte regulering van AI. In een stuk in The Guardian schreef Emily Bell, Directeur van het Tow Center for Digital Journalism aan de Columbia University, vorig jaar dat een platform dat het schrijven van mensen kan nabootsen zonder zich in te zetten voor de waarheid een geschenk is voor degenen die profiteren van desinformatie. “We moeten het gebruik ervan nu meer online reguleren en kleinere maar hechtere gemeenschappen creëren op sociale media”, aldus diezelfde Bell.

Betrouwbaarheid

Het begrip waarheid brengt ons bij een ander mogelijk probleem. Want AI en de toepassingen ervan mogen dan wel spannend en vanuit heel wat oogpunten indrukwekkend zijn. Maar zijn ze ook betrouwbaar? De Britse hoofdredactrice van The Guardian Katharine Viner maakte hierover vorig jaar alvast een sterk statement en noemde GenAI-tools opwindend maar volstrekt onbetrouwbaar. “Ze zijn onbetrouwbaar en er is geen ruimte voor onbetrouwbaarheid in onze journalistiek, noch in ons marketing-, creatief en ingenieurswerk. Op een eenvoudig niveau betekent dit dat het gebruik van GenAI-tools menselijk toezicht vereist.”

Op dat risico van onbetrouwbaarheid wordt ook door andere experts gewezen. Zo gelooft ook Ethan Zuckerman, die onderzoek doet op het gebied van media, technologie en internationale betrekkingen, dat het grootste probleem de grote hoeveelheid onbetrouwbare en onbruikbare content is die OpenAI genereert. “Er zijn onlangs enkele goede wetenschappelijke studies gedaan die suggereren dat Google tegenwoordig minder bruikbaar is dan vroeger. De kwaliteit van Google is aan het dalen”, aldus Zuckerman. “Dat komt omdat er door AI gegenereerde spam is waar zelfs Google moeite mee heeft om het bij te houden.”

Redactie

Nu het gevaar van fake news en desinformatie door AI steeds meer op de loer ligt, zullen journalisten en redacties in de toekomst cruciale knopen moeten doorhakken, wat weleens tot extra geanimeerde redactievergaderingen zou kunnen leiden. Volgens Zuckerman zal OpenAI alleszins steeds meer invloed op het agendavormingsproces krijgen. Volgens hem is een deel van de beslissingsbevoegdheid in redactielokalen nu al overgeheveld van redacteuren naar het algoritme. Zuckerman gaf in dat verband het voorbeeld van het selecteren van bepaalde content om te publiceren, zoals brieven, aan de redactie. “Vroeger besliste de redacteur welke van die brieven geredigeerd werden,” zei hij. “Nu is het een combinatie van algoritmes en het publiek dat beslist dat we aandacht gaan besteden aan deze specifieke reactie.”

Bij The Guardian zal creatieve journalistiek daarentegen in de toekomst alleszins centraal blijven staan, zo stelt Viner gerust. “We zullen GenAI-hulpmiddelen alleen redactioneel gebruiken als het bijdraagt aan de creatie en distributie van originele journalistiek. We waken voor de gevaren van vooringenomenheid, die besloten liggen in generatieve tools en hun onderliggende trainingssets. Als we belangrijke door AI gegenereerde elementen willen opnemen in een werkstuk, doen we dat alleen met duidelijk bewijs van een specifiek voordeel, menselijk toezicht en de expliciete toestemming van een senior redacteur. We zullen open zijn naar onze lezers wanneer we dit doen.”België

En België? Zijn er in het buitenland al talrijke voorbeelden te vinden van het gebruik van AI in print, dan blijft het in ons land vooralsnog wachten op een volledig door AI gegenereerd magazine. Het publicatiefenomeen MediaNation van Paul Gheysens en Wouter Verschelden kondigde eind vorig jaar wel aan om “als eerste in Vlaanderen over te stappen op artificiële intelligentie om journalistieke artikels te vertalen en te schrijven al is het nog niet helemaal duidelijk of dit om een bewuste strategie of noodoplossing gaat.

Hannes Cools, assistant professor bij het AI, Media & Democracy Lab aan de Universiteit van Amsterdam reageerde in De Morgen alvast met enige terughoudendheid op dat nieuws. “Er zit veel waarde in vertraging en verdieping, en dat kan AI op dit moment nog altijd niet bieden. Wat ik positief vind, is dat er meteen bij de introductie van AI-initiatieven kwamen om richtlijnen op te stellen over het gebruik ervan. Zo stelde de Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ) richtlijnen op en alle grote mediabedrijven hebben er vandaag een duidelijk beleid voor. Toch kan dat niet verhinderen dat AI onder tijdsdruk soms verkeerd wordt ingezet door journalisten. Er zijn gevallen bekend van journalisten die blindelings informatie van ChatGPT overnamen die achteraf niet bleek te kloppen.”

Sociale relaties

Eindconclusie? Moet door alle mogelijke kritiek, risico’s en onvolmaaktheden het hele gegeven van AI in print op de schop? De actuele en levendige discussie omtrent het gebruik van AI mag dan wel ongezien lijken en heel wat tegenstanders voor een algemene boycot doen pleiten, maar is volgens Jeff Jarvis, een prominente journalistiekdocent aan de City University of New York, niets nieuws onder de zon. Sterker nog: de reactie op nieuwe technologieën is volgens hem de afgelopen 500 jaar niet veel veranderd. Zo werd drukpers met bijna net zoveel argwaan en bezorgdheid ontvangen als generatieve AI vandaag de dag, stelt hij. “Het is belangrijk om te zeggen dat toen drukwerk opkwam, het helemaal niet vertrouwd werd omdat de herkomst niet duidelijk was. Iedereen kon een pamflet drukken, net zoals iedereen vandaag een tweet of een Facebook-post of een blog kan maken. Wat dus meer vertrouwd werd, waren de sociale relaties die je met mensen hebt.”

In plaats van ons te richten op hoe we AI kunnen beheersen, zouden we volgens Jarvis mensen in de toekomst bij elkaar moeten brengen om zowel het internet als AI te beoordelen door het prisma van mens-zijn. “AI is een machine die ons nu eindelijk kan begrijpen als we ertegen spreken. Het neemt nu een menselijke aard aan. Wat we dus nodig hebben, is ethiek en antropologie en sociologie en psychologie en geschiedenis en geesteswetenschappen in deze discussie. We moeten de menselijke zwakheden en tekortkomingen erkennen die we in deze technologieën inbrengen. Daar waken we voor. Het is niet dat de technologie gevaarlijk is. Het is dat we er gevaarlijk mee kunnen zijn.” Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Zin om meer te lezen over artificiële intelligentie? Lees ons artikel over de labeling van AI-gegenereerde content.

LAS U DIT AL?