Be the change you want to see: over belang en impact van onafhankelijke digitale nieuwsorganisaties

impact onafhankelijke digitale nieuwsorganisaties

Een onderzoek naar de impact van duurzame innovatie in onafhankelijke digitale nieuwsorganisaties: Project Oasis gaf een boeiende inkijk in het reilen en zeilen van deze soms wat onderbelichte mediaorganisaties in meer dan 40 Europese landen. Sanne Breimer, consultant bij onder meer CBRA, leidde de Noord-Europese tak van dit project en legt uit.

“Dit project stemt me hoopvol over de toekomst van journalistiek”, sloot Sanne Breimer haar presentatie aan het einde van de dag zelfverzekerd af. Een positieve conclusie dus op het FIPP-congres die het resultaat was van een voldragen studie, zo bleek uit de aangehaalde cijfers. 34 onderzoekers legden hun oor immers te luisteren bij maar liefst 540 digitale media in meer dan 40 Europese landen: geen nattevingerwerk dus, maar diepgravende research.

Belangrijkste inzichten? Wie met een onafhankelijk digitaal mediakanaal start, doet dat vaak vanuit de drang naar onafhankelijke journalistiek. Subsidies zijn een belangrijke inkomstenbron. En vrouwelijke oprichters ondervinden – helaas – vaker problemen om hun financiering rond te krijgen dan mannen.

Ondernemende journalisten

First things first: wat verstaan we eigenlijk onder digitale media? Kort samengevat gaat het om initiatieven die online zijn gestart en hun inhoud uitsluitend of voornamelijk op het internet publiceren. “We omschrijven de makers ervan weleens als “ondernemende journalisten”, ging Breimer van start. Ze stak daarbij haar respect en bewondering voor het onafhankelijke journalistieke ondernemerschap niet onder stoelen of banken.

Waarom zouden dergelijke autonome mediaorganisaties het levenslicht zien? “Ze willen het gat in de spreekwoordelijke nieuwswoestijn opvullen dat niet wordt gedekt door de reguliere media. En ze hopen eveneens achtergestelde gemeenschappen te bereiken en een nieuws gedreven mediakanaal op poten te zetten op basis van hun eigen, onafhankelijke waarden, ideeën en identiteiten”, verduidelijkte Breimer.

Ondervertegenwoordigde groepen

Die onafhankelijke waarden drijven ook boven in de onderwerpen die deze kanalen aanreiken, zo blijkt. 85% van deze media platformen behandelt namelijk topics die verband houden met de maatschappij en mensenrechten. Denk daarbij aan onder meer migratie, vluchtelingen, gender en feminisme.

Die onafhankelijkheid – redactioneel én financieel – was overigens een cruciale voorwaarde om te worden opgenomen in het onderzoek. Inhoud die minder aan bod komt bij breed-publieks-media stond centraal en dus kwam project Oasis niet toevallig hoofdzakelijk uit bij kleinschalige(re) organisaties – één vijfde van de onderzochte media telde zelfs maar één werknemer – en werden ook blogs, nieuwsbrieven en initiatieven die uitsluitend actief waren op sociale media, onder de loep genomen. Niet de omvang van de organisatie, maar het type content dat de uitgever publiceert, vormde daarbij het uitgangspunt. Of om het met een cijfer te zeggen: meer dan 50% van de onderzochte mediakanalen hield en houdt zich minstens gedeeltelijk bezig met onderzoeksjournalistiek.

Subsidies

Breimer liet in deel twee van haar uiteenzetting niet na te benadrukken hoe waardevol deze initiatieven zijn. Maar zijn ze ook (financieel) duurzaam en levensvatbaar? Over de financiële boekhouding en zogezegd uitsluitend altruïstische motieven van onafhankelijke digitale media doen eerst en vooral nogal wat misverstanden de ronde, zo gaf ze mee. Want er bestaan wel degelijk heel wat onafhankelijke mediaorganisaties mét winstoogmerk. Naast non-profit maakten daarom ook for-profit organisaties en een hybride mix van de twee deel uit van het gevoerde onderzoek.

Vaststelling? Ligt de journalistieke focus bij al deze uiteenlopende organisatievormen op het brengen van inhoudelijk sterke verhalen, dan verschillen hun inkomstenbronnen danig. Kijken we naar de for-profit media, dan zorgt vooral reclame voor inkomsten, gevolgd door website abonnementen en pas daarna subsidies. Niet zo bij non-profit media waar financiering hoofdzakelijk via subsidies gebeurt, gevolgd door individuele donaties en lidmaatschappen. Maar ook met adviesdiensten of het aanleveren van content voor anderen kan geld in het laatje worden gebracht.

Zelf van plan om een onafhankelijk digitaal platform te lanceren? Dan heb je volgens Breimer alvast baat bij een salesmedewerker die zich op verkoop en bedrijfsontwikkeling richt. Want: mediaorganisaties waarbij minstens één medewerker zich met de verkoop inlaat, draaien zes keer meer omzet dan organisaties die het zonder commerciële medewerker doen. Een statistiek om u tegen te zeggen en eentje die ons spontaan deed afdwalen naar de vooruitziende woorden van Henry Ford: “Stopping advertising to save money is like stopping your watch to save time”.

Man’s man’s world

Tot zover de positieve kant van het economische verhaal, want volgens Breimer bestaan er ook heel wat onafhankelijke mediakanalen die het zonder inkomsten moeten zien te rooien. Bovendien blijkt het voor vrouwen vaak extra moeilijk om geld bij elkaar te sprokkelen – het merendeel van de financiële inkomsten is afkomstig van mannen. kanttekening hierbij: de jaarlijkse bruto-omzet ligt het hoogst in organisaties waar zowel een mannelijke als een vrouwelijke oprichter aan het hoofd staan. Of zoals James Brown ooit zong: “This is a man’s man’s world, but it wouldn’t be nothing, nothing without a woman or a girl.” Evenzeer hoopgevend in de strijd der seksen: hoewel vrouwen het moeilijker hebben om hun project op poten te zetten, is bijna 60% van de ondervraagde mediaoprichters in het project een vrouw. Een tevreden Breimer had het alvast over “grensoverschrijdende storytelling”, zowel op het vlak van bestuur als inhoud.

Gids

Kreeg u al deze info tijdens het bijwonen van Breimers presentatie (of het lezen van dit verslag) niet verwerkt, dan had de spreekster naar het einde toe nog goed nieuws: al deze gegevens zijn namelijk gebundeld in een gids. Het idee daarachter? Zichtbaarheid creëren voor deze onafhankelijke, digitale mediagroep en een basis(gids) bieden voor het identificeren van nieuwe soorten media die het publieke belang dienen.

Bovendien kan de gids volgens Breimer een interessante tool betekenen. Voor investeerders, maar ook voor academici die meer onderzoek willen doen op dit gebied. Of nog: voor freelance journalisten die de gids kunnen raadplegen en op zoek kunnen gaan naar bepaalde interessante onderwerpen waarvoor ze kunnen schrijven. Al blijft het hoofddoel om de onafhankelijke mediakanalen in hun duurzaamheid te versterken.

Of dat een gemakkelijke taak wordt en ze hoopvol gestemd was voor de toekomst van deze mediakanalen, wou een aandachtige toeschouwer tijdens het aansluitende vragenrondje achteraf nog weten. “Absoluut. Mijn bewondering voor al deze platformen die waardevolle informatie aanleveren, is alleen nog maar gegroeid. Ze brengen maatschappelijke, doelgerichte onderwerpen en bieden een alternatief voor de traditionele kanalen. Ik ben echt fier op alle mediakanalen die we in onze gids hebben opgenomen en hoop dat er in de toekomst plaats zal blijven voor dergelijke onafhankelijke en diepgravende journalistiek”, besloot Breimer. Diepgravende journalistiek, diepgravende presentatie: met haar in de liefde voor het journalistieke vak gedrenkte parler-vrai stuurde Breimer de aanwezigen alleszins met heel wat stof tot nadenken naar huis.

Zin om meer te lezen?