Hij was de afsluiter van een fel gesmaakte UBA Media Date en focuste daarin op het belang van sterke lokale media en de rol die audio daarin kan spelen. Wij gingen er in een interview met Vlaams minister van Media Benjamin Dalle op door en polsten naar de plaats van magazine media in het landschap.
Waarom vindt u het als Vlaams minister van Media zo belangrijk dat we een sterk lokaal medialandschap hebben?
De Vlaamse nieuwsmedia zijn van absolute topkwaliteit. Je merkt dat de Vlamingen dat weten te apprecieren. Die kwaliteit bestaat voor mij uit twee elementen. Zo is het journalistiek werk zeer sterk, met een focus op factchecking. Maar ook bij de fictieprogramma’s, documentaires en dergelijke ligt het niveau zeer hoog.
Die kwaliteit blijven leveren, wordt echter een uitdaging. Daar heeft het wijzigend mediagebruik van de Vlaming alles mee te maken. Alles wordt digitaler en de klassieke media verliezen wat aan bereik. Zij zien zich geconfronteerd met de bigtech-spelers zoals YouTube, Instagram en TikTok. Die hebben niet alleen een groter bereik, ze zijn ook een groter deel van de digitale koek van reclame-inkomsten aan het verwerven.
In die context is het voor de Vlaamse media belangrijk om ook de digitale omslag te maken. Zodat je kan concurreren met de buitenlandse platformen, maar ook een sterke crossmediale strategie kan uitbouwen. En dat je je USP, topkwaliteit leveren, blijft waarmaken.
Mijn boodschap aan de sector is dan ook dat het heel weinig zin heeft elkaar onderling te beconcurreren. Dat is een achterhoedegevecht. De grote vraag is hoe je als Vlaamse mediasector kan samenwerken. Om een goed aanbod te hebben, ook voor marketeers en adverteerders.
Hoe wil u vanuit uw functie bijdragen aan die sterkte van de lokale media?
Als een van de enige landen in Europa hebben wij in ons relanceplan na corona een uitgebreid medialuik voorzien. Het gaat om een totale publieke investering van 34 miljoen euro voor projecten en dat in co-financiering, dus met financiële inbreng van de mediabedrijven zelf. Ik denk niet dat er in het verleden ooit steun van een dergelijke omvang is geweest voor de Vlaamse media.
De focus van de projectoproep die we deden ligt net op de digitale transformatie en op de strijd tegen desinformatie. Ook de regionale tv-omroepen krijgen bijzondere aandacht, onder andere door hen meer cross-mediaal te doen samenwerken en op meerdere platformen direct te connecteren met actueel nieuws uit de regio.
Waarom vond u het belangrijk om budget voor media vrij te maken na de coronapandemie?
De digitale transformatie is een trend die al veel langer leeft, maar we wilden van de coronacrisis een opportuniteit maken. We vonden het daarbij belangrijk om ervoor te zorgen dat onze oproep gedragen werd door de sector. Vandaar geen eigen keuze om bepaalde projecten te subsidiëren, wel een open oproep, waarbij het belangrijk was dat mediaspelers zouden samenwerken. Na de raadpleging van academische en anderen experts hebben we bovendien ook zelf een aantal noden gedefinieerd. Zo werken we momenteel onder andere aan een crossmediaal meetsysteem, dat een aanvulling zal zijn op de meting van de individuele media.
Een ander voorbeeld is de Media Hub, waarbij we een soort cloudsysteem voorzien
voor alle mediagebruikers en voor alle mediabedrijven, zodat ze gemakkelijk data, beelden en audio kunnen uitwisselen.
Wanneer wil u het effect van deze projecten kunnen zien?
We hebben begin 2023 de projecten uitgekozen. Op dit moment is de uitvoering ervan volop bezig. Ik hoop dat we dit jaar al de eerste resultaten zullen zien, maar het is vooral de bedoeling dat die projecten de komende 5 à 10 jaar hun impact tonen.
Hoe passen magazines in een sterk lokaal medialandschap?
In de projectoproep voor de mediasector hebben we 3 miljoen euro uitgetrokken voor projecten van de industrie tegen desinformatie. Net daar kunnen magazines een rol spelen, zeker deze die gericht zijn op nieuwsjournalistiek.
De berichtgeving vandaag moet altijd maar sneller tot zelfs real-time. Magazines hebben het voordeel dat ze een keer per week, twee weken of maand worden uitgebracht, waardoor ze de kans hebben om onderwerpen dieper uit te spitten en om grondige analyses te maken. Op die manier helpen ook magazines onjuiste informatie de wereld uit.
Hoe kunnen we zorgen dat die grondige journalistiek voldoende Vlamingen bereikt?
Magazines worden nog vaak in print tot bij de lezer gebracht. Ik vind het belangrijk dat mensen die bladen op een toegankelijke en relatief goedkopere manier kunnen toekrijgen, bij hen thuis of via de krantenwinkel. Momenteel is de bpost-concessie hierrond een belangrijk discussiepunt. Ik denk dat de federale overheid goed moet nadenken hoe ze dat kan verderzetten, maar ook hoe ze de digitalisering omarmt.
Kranten zullen wellicht steeds digitaler gaan, met als uitzondering de weekendkrant. Maar magazines zie ik nog lang op papier verschijnen.
Daarnaast is de beste manier om magazines bij een breed publiek te brengen, meer Vlamingen overtuigen tot het nemen van een abonnement. De sector heeft in mij een partner om dat te ondersteunen en daar een belangrijke marketingstrategie van te maken.
Wat is de grootste uitdaging voor magazines?
Ondanks het feit dat ze waarschijnlijk nog lang op papier zullen verschijnen, moeten magazines ook hun digitaal aanbod versterken. Via websites, maar ook via sociale media en applicaties. Zo kunnen ze zorgen voor de link tussen het magazine – dat bijvoorbeeld maar een keer per week verschijnt – en de actualiteit.
Hebt u een advies voor de uitgevers?
Ik raad hen aan om hun USP, die kwaliteit, te blijven benadrukken en te versterken. Mensen willen nog altijd ontsnappen aan de waan van de dag. Daar spelen magazines een belangrijke rol.
Die kwaliteit moeten ze uitspelen naar hun lezers, maar ook naar adverteerders. Ik vind het daarbij belangrijk dat ze ook nadenken over nieuwe manieren om adverteerders in contact te brengen met lezers. Tijdens mijn presentatie op de UBA Trends Day had ik het onder andere over podcasts. Dat lijkt me een goede match met magazines, net omdat ze allebei diepgravend zijn.
Slotvraag: hebt u een lievelingsmagazine?
Ik zou graag voor een buitenlands magazine opteren. Niet omdat ik vind dat er in België geen goede magazines bestaan, wel omdat ik het ene niet boven het andere wil stellen. Als minister ligt dat nogal gevoelig…
Ik kies voor The Economist, een van de beste magazines en nieuwsmedia in mijn ogen. En het fijne aan The Economist is dat de druk voor landen als Frankrijk, België, Nederland, Luxemburg, Spanje, Italië of Zweden in Roeselare gebeurt, bij Roularta. Ik vind het mooi om te zien dat een exemplaar dat je in Parijs koopt, in Vlaanderen is gedrukt. Dat zegt toch veel: we hebben een rijk gamma aan lokale spelers, die ook in het buitenland hun mannetje staan. Naast Roularta denk ik aan DPG Media en Mediahuis.
Zin om meer te lezen?