Uitgevers moeten doordacht omgaan met AI, verkooppunten en hun lokale titels, zo bleek op het toonaangevende congres Presse & Médias au Futur. Samenwerking is daarbij een sleutelwoord: intern, met de community en zeker ook met partners en adverteerders.
Op 2 en 3 december vond in Parijs de 19de editie plaats van Presse & Médias au Futur, een niet te missen congres voor iedereen actief in de pers- en mediasector. De beurzen La Presse & Médias au Futur en Creativ’Book werkten voor het eerst samen en schotelden opnieuw een rijk programma voor aan de circa 1.600 bezoekers. Ook wij van WE MEDIA waren erbij en zetten graag onze learnings op een rijtje.
1/ AI is geen scheldwoord …
Artificiële intelligentie is niet meer weg te denken uit de werking van uitgevers en redacties. Tegelijk is iedereen het erover eens dat de technologie de mediaprofessional niet vervangt, maar assisteert. Om extra content te creëren, maar vooral om mensen meer tijd te geven voor typisch menselijke taken: het terrein opgaan, interviews afnemen, unieke content ontwikkelen, …
Sommigen zien AI als een fitness voor het brein. Dat valt op twee manieren te bekijken. Enerzijds trainen de tools je analytisch vermogen en reiken ze je waardevolle nieuwe invalshoeken aan. Anderzijds vereisen ze een constante kritische blik en controle, waarbij de menselijke gebruiker steeds de regie behoudt. Precies daarom is het noodzakelijk dat AI-toepassingen binnen een zorgvuldig vastgelegd kader functioneren en beantwoorden aan dezelfde deontologische codes als de mensen die ermee aan de slag gaan.
2/… maar heeft dringend nood aan regulering
Ook in Frankrijk bestaat er nog geen gemeenschappelijk AI-charter voor uitgevers. Het blijft vooralsnog bij losse initiatieven. Zo beschikt Le Monde over een eigen handvest, dat vier pijlers telt:
- Geen toepassingen bij creatie, enkel in postproductie
- Menselijke controle
- Duidelijke communicatie naar het publiek
- Geen publicatie van kunstmatige beelden
Naast die zelfregulering erkent de Franse perssector de – dringende – behoefte aan een juridisch kader. De AI Act op zich blijkt niet te volstaan. Met name de kwestie van de auteursrechten en de onaantastbaarheid van de grote AI-ontwikkelaars beroert de gemoederen. Het Syndicat National des Editeurs (SNE) klaagt Meta natuurlijk niet zomaar aan voor diefstal van inhoud.
De opt-out-standaard voor websites – ‘Onze content mag niet worden gebruikt voor het trainen van AI-modellen’ – bracht weinig zoden aan de dijk en is ook om een andere reden een doorn in het oog van de uitgevers: wie voor een technische opt-out kiest, wordt niet langer geïndexeerd en dus niet meer gevonden op Google…
Nog een pertinente bedenking die tijdens het congres aan bod kwam: aangezien kleine, onafhankelijke spelers zich nog moeilijker kunnen wapenen tegen de vindbaarheidscrisis die AI teweegbrengt, raakt de consolidatiebeweging mogelijk in een stroomversnelling.
3/ Local First, maar vraagt een slimme aanpak
“Le journaliste doit respirer le même air que ses lecteurs”, klonk het. Een quote die de algemene redactionele lijn in Frankrijk mooi samenvat en tevens het belang van de lokale pers in de verf zet. Lokale titels vormen zonder enige twijfel een essentiële schakel in de informatievoorziening. Maar valt er in een steeds meer gedigitaliseerde wereld nog wel een inkomstenmodel aan te koppelen?
In Frankrijk tonen verschillende initiatieven hoe een creatieve benadering de monetarisering van de lokale media vooruit kan helpen:
- Een oproep aan lezers om via donaties de onafhankelijkheid van de lokale titel te ondersteunen. Lezers worden in het kapitaal opgenomen en raken daardoor nog meer betrokken.
- La Tribune de Lyon besloot een iconisch en voor de inwoners van de stad bijzonder dierbaar theatergebouw aan te kopen. De krant zet zo in op nabijheid en lokale betrokkenheid en beschikt nu over de ideale locatie voor debatten en andere events in aanwezigheid van zijn lezers.
4/ Retail is cruciaal en moet ondersteund worden
Retail is en blijft een zeer belangrijke vitrine voor de pers. Een expertendebat op het congres leerde dat losse verkoop vaak rendabel is in Frankrijk – waar niet alleen kiosken en dagbladhandels, maar ook cafés, bars-tabacs en bakkers kranten en magazines aanbieden. De populariteit van die dagdagelijkse kanalen houdt troeven in voor uitgevers, hun redactionele geloofwaardigheid én adverteerders.
Interessant: de verkooppunten klagen over een gebrek aan promotiemateriaal. Ze willen wel reclame maken voor de pers, maar hebben daar de juiste instrumenten voor nodig. Het is aan uitgevers om die te voorzien en een duurzame wisselwerking na te streven.
5/ De pers moet waakzaam zijn voor blocklists
Contexto, het recente onderzoek van L’Alliance de la Presse, bevestigt de complementariteit tussen nieuwsomgevingen en reclame, maar legt tegelijk een gevaarlijke paradox bloot: hoewel meer Fransen dan ooit de websites van media consulteren (+6%) én de digitale reclamemarkt sterk groeit (+12%), vertonen de investeringen in deze kanalen een omgekeerde trendlijn (-5%).
Hoe dat komt? Te strikte automatische brand safety- (of brand suitability-)mechanismen blijken tot wel 40% van de redactionele content onterecht als een risicovolle context te beschouwen, met als gevolg dat er geen advertenties bij verschijnen. Ook hier lijkt een duurzame dialoog en wederzijds begrip de sleutel tot succes.
6/ Als het regent in Parijs…
Het was een inspirerende – en soms confronterende – tweedaagse, die desondanks voor een dubbel gevoel zorgde. Want hoewel de uitdagingen in Frankrijk sterk vergelijkbaar zijn met de Belgische, waren er geen landgenoten te bespeuren. Een gemiste kans: het event biedt een unieke gelegenheid om bij te leren, van gedachten te wisselen en ervaringen te delen met de Franse collega’s.
De precieze timing van de 20e editie van Presse & Médias au Futur is nog niet bekend, maar hoogstwaarschijnlijk zal het event volgend jaar opnieuw begin december plaatsvinden. Houd de kanalen van WE MEDIA in de gaten voor nieuws over de data en het programma.
LAS U DIT AL?