Europa en A.I.: wat zijn de risico’s voor de pers?

Europa over A.I.

Op 14 juni stemde het Europees Parlement een nieuwe wet over artificiële intelligentie (AI). Dit is de allereerste wet ter wereld over AI. Hiermee is de EU een pionier op dit gebied. Het doel van deze wetgeving is om een classificatie van AI’s op te stellen, op basis van het risiconiveau dat ze vertegenwoordigen en om verschillende regels op te stellen voor de verschillende risiconiveaus die met AI gepaard gaan. Ondanks deze belangrijke stap blijven er nog heel wat ongerustheden voor de perssector.

Als onderdeel van haar digitale strategie heeft de EU besloten om artificiële intelligentie te reguleren en een kader vast te stellen voor het gebruik ervan. De “IA Act” (Intelligence Artificial Act) zou het allereerste wettelijke kader voor AI ter wereld zijn en internationale normen vaststellen om de risico’s van het gebruik van AI aan te pakken. Deze nieuwe verordening stelt voor om de verschillende toepassingen van AI te analyseren en te classificeren op basis van het risico dat ze voor gebruikers vormen, om betere voorwaarden voor de ontwikkeling en het gebruik van deze technologie te garanderen. Ze worden ingedeeld in vier categorieën: beperkt risico, generatieve AI, hoog risico en onaanvaardbaar risico.

Zo zullen AI-systemen met een beperkt risico moeten voldoen aan “minimale transparantievereisten die gebruikers in staat stellen geïnformeerde beslissingen te nemen”. Voorbeelden hiervan zijn AI-systemen die beeld-, audio- of video-inhoud genereren of manipuleren. AI-systemen die een onaanvaardbaar risico vormen, zoals realtime biometrische identificatiesystemen, zullen simpelweg worden verboden. Ga voor meer informatie over dit onderwerp naar de website van het Europees Parlement.

Het Europees Parlement heeft zijn onderhandelingspositie ingenomen in afwachting van de komende besprekingen met de lidstaten tijdens de Europese Raad waar dat ze beslissen over de definitieve vorm van de wetgeving.  De prioriteit is “ervoor te zorgen dat AI-systemen die in de EU worden gebruikt veilig, transparant, traceerbaar, niet-discriminerend en milieuvriendelijk zijn”. Met andere woorden, de rechten en waarden die de EU hoog in het vaandel heeft staan, zouden door de wettekst worden gewaarborgd, denk aan “menselijk toezicht, veiligheid, privacy, transparantie, non-discriminatie als ook sociaal en ecologisch welzijn”.

Deze wetgeving is vooral belangrijk voor de perssector. We hebben namelijk kunnen zien hoe geavanceerd AI-technologie de laatste tijd is ontwikkeld. Het is te vinden in het dagelijks leven en in alle goederen en diensten, zoals het online winkelen en adverteren, de online zoekrobot, automatische vertalingen, digitale assistenten als ook bij verbonden apparaten.  Maar het heeft ook de capaciteit om workflows te optimaliseren en de last voor journalisten en redacties te verlichten door hen te helpen bij hun onderzoek en analytische samenvattingen te maken van omvangrijke journalistieke teksten.

Deze zeer geavanceerde technologie brengt echter een aantal belangrijke risico’s met zich mee, met name op het gebied van intellectuele eigendomsrechten. Door inhoud en nieuwsartikelen, samenvattingen of rapporten te genereren op basis van verzamelde gegevens, rijst de vraag over de originaliteit van het geproduceerde werk, maar vooral over het auteurschap van deze door AI gecreëerde inhoud: wie is de auteur en wie kan aanspraak maken op het auteursrecht dat erop rust?

Aan de andere kant is het gebruik van bronnen zoals perscontent, die auteursrechtelijk zijn beschermd, door AI-systemen zonder voorafgaande toestemming ook een zorgpunt. In dit opzicht biedt de Europese wetgeving geen belangrijke waarborgen, waardoor de inhoud van uitgevers wordt blootgesteld aan misbruik en vaak illegaal gebruik door AI-aanbieders die teksten genereren, zoals OpenAI of vergelijkbare ‘pers-AI’-technologieën.

Het cumulatieve effect van deze uitdagingen en moeilijkheden zal, als er niet op de juiste manier mee wordt omgegaan, het vermogen van rechthebbenden om effectieve algehele controle uit te oefenen over hun eigen inhoud, zowel in de praktijk als juridisch, steeds meer ondermijnen.

Bovendien concurreert “AI-pers” rechtstreeks met perscontent: dit brengt een groot risico met zich mee dat inkomsten uit media-inhoud, evenals de controle over de inhoud zelf, verschuiven van persuitgevers en andere mediaspelers naar onlineplatforms. Terwijl persuitgevers de kosten dragen voor het produceren van redactionele inhoud, wordt deze inhoud voornamelijk gratis aangeboden of, in sommige gevallen, te gelde gemaakt door AI-aanbieders die deze inhoud gebruiken om automatisch concurrerende publicaties te creëren.

Tegelijkertijd is er een zeer reëel risico voor de mediadiversiteit. Digitale spelers (the Gate Keepers) die zoekmachines bezitten en geavanceerde AI-systemen leveren, zouden niet-transparante controle kunnen uitoefenen over meningen en informatie. Ze zouden de macht hebben om zelf te beslissen welke inhoud wordt ingevoerd in AI-systemen en de criteria bepalen waarop inhoud wordt beoordeeld en voorgesteld aan de burgers (of niet).

Samen met EMMA/ENPA en de andere Europese uitgeversfederaties speelt WE MEDIA een actieve rol in gesprekken met de lidstaten om onze observaties en verzoeken naar voren te brengen en de belangrijkste prioriteiten van persuitgevers met betrekking tot AI en auteursrecht te promoten. Wij zijn van mening dat maatregelen ter bescherming van het auteursrecht, met inbegrip van exclusieve rechten en een eerlijke vergoeding, noodzakelijk zijn om de mediavrijheid en het pluralisme te behouden.

De impact van AI op de media zal het onderwerp zijn van MAGnify’s sofasessie.

Zin om meer te lezen?