Hoe gaat u als uitgever om met de balans tussen freelance en vaste journalisten?

Freelance journalisten

Freelance journalisten zijn onmisbaar voor veel uitgevers. Ze voegen specialisatie, nieuwe invalshoeken en flexibiliteit toe. In moeilijke economische tijden zijn ze echter vaak de eerste die met besparingen, meer administratieve rompslomp, lagere tarieven en minder opdrachten te maken krijgen. Hoe gaat u als uitgever om met de balans tussen een vaste redactie en freelance journalisten? En hoe maakt u de juiste keuze?

Ruim een kwart van de professionele journalisten is freelancer. Dat blijkt uit het dit jaar verschenen rapport ‘Naar eerlijke tarieven voor freelancejournalisten bij de Vlaamse nieuwsmedia’  van de Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ) en de Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten in België (AVBB).

Een grote groep dus binnen de journalistieke gilde, maar het statuut van freelancers blijft precair. De recente afschaffing van de forfaitaire kostenaftrek voor journalisten, de uitbreiding van flexijobs en vooral de druk op auteursrechtenvergoedingen maken het voor freelancers niet eenvoudiger, zo stelt het rapport. Voeg daar nog een medialandschap aan toe dat zowel in het noorden als het zuiden van het land steeds meer verschraalt, met beperktere afzetmogelijkheden en tarieven die vaak nauwelijks mee evolueren. De VVJ spreekt zelfs van een ‘race to the bottom’. Wel dient gezegd dat de grote uitgevers in ons land, samen met de VVJ en AJP, dit jaar met de fiscus een gunstigere ruling hebben onderhandeld over de auteursrechten. Wie voor een grote uitgever werkt, is voorlopig dus iets beter beschermd.

In het septembernummer van het Franstalige trimestrieel tijdschrift Médor – dat enkel met freelance journalisten werkt – klinkt het nog scherper: “Het beroep van freelance journalist wordt nog aan een habbekrats betaald, met tarieven die uit een oud tijdperk stammen. Daarnaast is er de dreiging van het uitsterven van het beroep, afgezwakte auteursrechten, de moeilijkheden om een perskaart te verkrijgen en concurrentie van AI.”

Keuze op basis van soort journalistiek

Kortom, het freelance bestaan komt met vele uitdagingen, ook voor uitgevers. Wie wil werken met freelancers, moet idealiter dus een beleid voeren dat rekening houdt met al die zaken. Waarom een uitgever kiest voor vaste journalisten, freelancers of een combinatie van beide, heeft overigens meer te maken met het journalistieke model en de manier van werken dan met financiële redenen alleen. Dat blijkt uit onze rondvraag bij een divers aantal titels: een tweemaandelijks kunsttijdschrift, een magazine gespecialiseerd in onderzoeksjournalistiek, een b2b-platform en een persagentschap.

Bij Apache is de verhouding tussen bijdragen van vaste journalisten en freelancers in het magazine ongeveer fiftyfifty, al verschilt die van nummer tot nummer. Hoofdredacteur Karl van den Broeck koppelt die keuze in de eerste plaats aan de aard van het werk. Onderzoeksjournalistiek laat zich moeilijker organiseren dan een reeks losse, duidelijk afgebakende opdrachten. “Bij ons is het vaak lastiger om zonder omwegen van het eerste idee tot een afgewerkt artikel te komen”, zegt hij. “We krijgen veel tips binnen. Dan moet je eerst tijd spenderen om te onderzoeken of daar een verhaal in zit. Dat is iets anders dan naar een persconferentie gaan en daar een stuk over schrijven of iemand interviewen.”

Een vaste redactie biedt daarvoor continuïteit. Anderzijds heeft Apache niet alle expertise in huis. Freelancers verbreden het palet aan onderwerpen en brengen kennis mee die de vaste ploeg aanvult. Ook het inkomstenmodel speelt mee. Volgens van den Broeck komt ongeveer 80% van de omzet van Apache uit abonnementen en 20% uit giften en grants. Het kiest bewust voor een model waarin lezers de journalistiek structureel financieren. “Het is een duurzamer model en je bent elk jaar zeker van je centen”, aldus Karl van den Broeck.

Bij Openbaar Kunstbezit Vlaanderen (OKV), het tweemaandelijkse tijdschrift over kunst- en erfgoednieuws, is de organisatie verschillend. Directeur Peter Wouters werkt met een kleine interne ploeg, meer bepaald met een hoofdredacteur en een webredacteur. De meeste journalistieke stukken komen van freelancers. Dat is geen recente omschakeling uit besparingsoverwegingen, maar de manier waarop het blad al langer functioneert. De interne redacteurs bewaken de samenhang en de planning; de freelancers leveren de meeste inhoudelijke en langere bijdragen.

Belga is een persagentschap en geen uitgever van print- of online magazines en laat zich daarom niet rechtstreeks met Apache of OKV vergelijken. Toch biedt zijn werking een nuttig inzicht. Naast honderd beroepsjournalisten in vaste loondienst werkt Belga met ongeveer 100 freelancers voor tekst en fotografie. Die aantallen zeggen overigens niet dat beide groepen evenveel productie leveren of evenveel voltijdse arbeidsplaatsen vertegenwoordigen.

“Het aandeel van de freelancers is de laatste jaren groter geworden”, zegt hoofdredacteur Hans Vandendriessche. “We houden echter vast aan de afspraak dat onze productie wordt gevalideerd door journalisten in vaste loondienst, die bovendien minstens zes maanden ervaring moeten hebben.”

De freelancers vervullen verschillende functies. In de provincies waar Belga vroeger bijkantoren had in de centrumsteden, volgen correspondenten vandaag een regio of een domein. Op de Brusselse redactie helpen freelancers dan weer om pieken in de actualiteit en vakantieperiodes op te vangen.

Bij het B2B-platform Wood.be, dat dossiers, nieuwsbrieven en andere publicaties digitaal uitgeeft, werken ze bewust niet met freelance redacteurs. Onze content is erg specifiek en technisch van aard, waardoor we het redactionele werk liever in eigen huis houden”, aldus communication manager Evi Bilteryst. “De taken worden verdeeld tussen onze communicatieverantwoordelijke en projectverantwoordelijken. Aangezien de inhoudelijke experts direct aan de bron zitten, hebben we nog nooit de nood gehad aan externe freelancers en voorkomen we dat er technische nuance verloren gaat.”

Amper indexering

Een van de heikele punten in het freelancebestaan van journalisten is de vergoeding. Een universeel tarief bestaat niet, al werkte de VVJ/AVBB in haar recente geüpdatet rapport een ambitieuze richtlijn uit. In de praktijk verschilt de verloning per medium, format, onderwerp en mate van specialisatie. Bovendien vraagt goed journalistiek werk meer dan het schrijven van een artikel. Bij Apache is er dat besef. Freelancers die een opdracht krijgen om een zaak te onderzoeken, krijgen volgens de Apache-hoofdredacteur ook een vergoeding als er uiteindelijk geen artikel uitkomt.

Apache volgt de barema’s van de VVJ en indexeert de vergoedingen van freelancers. Van den Broeck noemt dat een bewuste keuze, al erkent hij dat de praktijk niet altijd perfect is. “Ik denk dat we nagenoeg de enige zijn in Vlaanderen die de vergoedingen van freelancers indexeren. Bij de grote spelers is dat zelfs onbespreekbaar. Deze maand verhogen we de vergoedingen met 2%, en dat is de tweede verhoging dit jaar. In het algemeen merk ik dat de verloning van de (freelance) journalist sinds 2011 nagenoeg dezelfde is gebleven. Tel daarbij de afgezwakte auteursrechtenregeling bij op en je beseft dat de situatie van freelance journalisten zeer moeilijk is”, aldus nog de hoofdredacteur van Apache die nog meegeeft dat je geen pensioenrechten opbouwt met de auteursrechtenvergoeding.

Ook bij OKV beseffen ze dat de verloning van freelance journalisten geen jackpot is. Wouters geeft aan dat het blad onlangs een subsidiedaling van 10% wilde afschuiven op de bijdragen van freelancers, maar die beslissing terugdraaide. “We realiseerden ons dat de content eigenlijk door hen gemaakt wordt en dat ze dus zeer belangrijk zijn voor onze werking”, aldus Wouters. Het blad betaalt vandaag € 250 per online artikel en € 350 voor een artikel van zes bladzijden (inclusief beeldmateriaal) in het tijdschrift.

Belga werkt met tarieven per format. Voor korte nieuwsstukken geldt een vast tarief; voor exclusief nieuws kan dat tarief verdubbelen of zelfs verdrievoudigen, afhankelijk van het gewicht van de primeur. Langere teksten zijn bij het agentschap eerder uitzonderlijk. Daarnaast krijgen freelancers volgens Vandendriessche soms een dagvergoeding, afhankelijk van het domein, de complexiteit en de anciënniteit.

Die laatste factor is belangrijk. Een freelancer die al jaren een rechtbank, een regio of een beleidsdomein volgt, brengt meer mee dan alleen een tekst. Voor Belga zijn die correspondenten bovendien het gezicht van het agentschap op het terrein. “Door onze freelancers best grote domeinen of regio’s aan te bieden, proberen we ervoor te zorgen dat Belga hun hoofdopdrachtgever is”, zegt Vandendriessche. Belga werkt volgens hem met een trouw korps freelancers, waarvan sommigen al twintig, dertig of zelfs veertig jaar meedraaien. Het probeert hen ook te stimuleren om andere klanten te hebben. De enige voorwaarde is dat een freelancer het domein dat hij of zij voor Belga volgt, niet voor een concurrent covert.

Ook Apache doet inspanningen om de betrokkenheid met zijn freelancers te verbeteren. Het stuurt freelancers een maandelijkse nieuwsbrief met informatie over het thema van het magazine, opleidingen en nuttige informatie. Daarnaast organiseert Apache jaarlijks een barbecue voor hen. “Daar nemen toch altijd enkele tientallen mensen aan deel”, aldus van den Broeck. “We willen ook voor hen een soort communitygevoel creëren.”

Bij OKV probeert Wouters eveneens freelancers meer te betrekken bij de redactionele werking. Het blad houdt regelmatig redactievergaderingen en plant langere bijdragen en dossiers ruim op voorhand. Daarnaast werkt OKV aan duidelijkere richtlijnen over hoe het tijdschrift schrijft en zich wil profileren. Die briefing moet freelancers helpen om teksten te leveren die passen bij de redactionele identiteit.

Tussen mens en machine

Ook AI heeft – uiteraard – invloed op de situatie van freelance journalisten. De nieuwe technologie maakt het mogelijk en verleidelijk om productiekosten en dus menselijk kapitaal te drukken. Voor de geïnterviewde uitgevers en hoofdredacteurs is het zonneklaar dat AI journalisten kan ondersteunen, maar niet vervangen. Belga gebruikt AI onder meer voor eindredactie en vertalingen. Het ontwikkelde een eigen bot die gekoppeld is aan het stijlboek en helpt om taal- en constructiefouten op te sporen. De output wordt echter nooit rechtstreeks gepubliceerd. “Op het einde van het proces moet er altijd een mens aan de stuurknuppel zitten”, zegt Vandendriessche die het nog heeft over ‘primary source journalism’. “Robotjournalistiek ga je op een redactie van Belga niet meteen tegenkomen.” Belga wil ook freelancers toegang bieden tot die tools, in eerste instantie voor correspondenten die nauw bij de werking van de redactie betrokken zijn.

Apache hanteert dan weer een restrictief AI-charter en migreerde de voorbije maanden al een groot deel van zijn digitale (Amerikaanse) infrastructuur naar Belgische servers. OKV gebruikt AI-tools voor de website en promotie, maar niet voor het schrijven van artikels. Peter Wouters werkt bovendien aan richtlijnen over AI, gebaseerd op de richtlijnen van de Raad voor de Journalistiek.

Het laatste woord is aan Karl van den Broeck die het debat opentrekt en afsluit met een waarschuwing voor de overheid. “Print- en online uitgevers staan voor een perfecte storm. Grote techbedrijven verdienen aan journalistieke content zonder er eerlijk voor te betalen, lezers zijn vaak niet bereid een abonnement te nemen en de advertentie-inkomsten keren niet meer terug zoals voorheen. Daarnaast neemt de concentratie in de sector toe. In Wallonië blijft er nog één krantenuitgever over, in Vlaanderen twee. Het moet echt niet nog verder verschralen! Als er vanuit Europa niet dringend regels komen waarbij het betalen van billijke bijdrages verplicht wordt voor de techbedrijven die nu onze content stelen, dan zijn we nog niet aan het einde van deze crisis in onze sector.”

LAS U DIT AL?