6 Belgen op 10 lezen wekelijks een weekblad

Midden oktober werden de nieuwe persbereikcijfers door het CIM gepubliceerd. Daaruit bleek dat magazines nog altijd een grote schare volgers hebben. 6 Belgen op 10 lezen wekelijks minstens één weekblad, een bijna even groot deel heeft de laatste editie van minstens één maandblad of kwartaalblad gelezen.

LLP. Lezers Laatste Periode. Dat is de benchmark om het persbereik juist in te schatten. Het geeft aan hoeveel lezers het laatste nummer van een bepaalde titel gelezen hebben.

Wanneer we alle weekbladen samenleggen krijgen we een LLP van 5.643.500, of net geen 60% van de Belgische bevolking (16+). Net geen 6 Belgen op 10 hebben dus in de afgelopen week een weekblad gelezen. Op een jaar tijd hebben 7.214.800 Belgen een weekblad gelezen, wat overeenkomt met 76,2% van de bevolking.

Maandbladen en dergelijke even populair

Voor bladen met een ander publicatieritme (en dat zijn er beduidend meer dan het aantal weekbladen) zijn de cijfers opvallend gelijklopend. Ze zijn goed voor 5.379.700 LLP en een totaalbereik van 6.419.800 mensen.

Dat betekent dus dat opnieuw net geen 6 Belgen op 10 de laatste editie van een tweewekelijks magazine, maandblad, tweemaandblad of kwartaalblad gelezen heeft (56,9%). 67,8% heeft in het afgelopen jaar een exemplaar ter hand genomen.

Dat deze cijfers dicht bij elkaar liggen, wijst erop dat lezers van bladen met een dergelijk publicatieritme opvallend trouw zijn.

Lichte wijzigingen in de methodologie

Naar goede gewoonte maakte het vakblad Media Marketing, in samenwerking met mediabureau Space, een uitgebreide analyse van de nieuwste lichting cijfers. Het gaf ook de vijf grootste aanpassingen van deze studie, uitgevoerd door Ipsos, mee: “De steekproef is kleiner (8.000 interviews uitgevoerd tussen november 2021 en juni 2022), maar sterk, er is een nieuwe mix in de rekrutering, het universum van de enquête is verschoven naar 16+, de vragenlijst werd aangepast en is meer ‘mobile friendly’ voor de enquêtes die zo afgenomen worden en tot slot is de field korter in verhouding tot de interviews.”

Lees ook: