Op 25 januari van dit jaar publiceerde de Brusselse Hoofdstedelijke Regering een ontwerpordonnantie van 14 juni 2012 die de verspreiding zou verbieden van publicaties die papier-, karton- of plasticafval genereren (met inbegrip van ongeadresseerd reclamedrukwerk en publicaties in de gratis pers).
Dit ontwerpbesluit geeft de regering de bevoegdheid om de voorwaarden van dit verbod te specificeren, het type en de kenmerken van de publicaties die onder dit verbod vallen te definiëren, evenals de methode en de plaats van verspreiding of het achterlaten ervan. Het wetsvoorstel handhaaft het “Stop Pub”-systeem, maar geeft de overheid ook de mogelijkheid om de logica ervan om te draaien: de verspreiding van informatie over de gratis pers en reclame in brievenbussen verbieden, tenzij er vrijwillig een “Oui Pub”-sticker wordt aangebracht. Dit zou in feite een opt-in systeem zijn.
De leden van de Belgische coalitie “No Pub”, waarvan WE MEDIA deel uitmaakt, hebben besloten om te reageren en hebben hun opmerkingen over deze ontwerpverordening ingediend in een document in het kader van de raadplegingsprocedure op Europees niveau (TRIS). De coalitie werkt samen om het huidig systeem dat goed werkt te behouden.
De ontwerpverordening voorziet in de invoeging van een lid in artikel 4 dat stelt dat;
“Teneinde de productie van papier-, karton- en kunststofafval te beperken en problemen van openbare netheid ten gevolge van de verspreiding of het achterlaten van overeenkomstig deze paragraaf gedefinieerde publicaties te bestrijden, kan de Regering de passende uitvoeringsmaatregelen nemen, met name:
1° het verbieden van de verspreiding van publicaties, in de vormen die zij bepaalt, in voorkomend geval :
– hetzij aan personen die uitdrukkelijk te kennen hebben gegeven dat zij deze niet wensen te ontvangen ;
– hetzij aan personen die niet uitdrukkelijk hun instemming hebben betuigd om ze te ontvangen;
2° de soorten en kenmerken bepalen van de publicaties bedoeld in 1°;
3° de methoden en plaatsen van verspreiding of afstand bepalen”.
De publicaties die in de ontwerpordonnantie worden vermeld, hebben betrekking op verschillende informatie- en promotiedocumenten (doordrops) die aan Belgische burgers worden uitgedeeld. Doordrops omvatten ongeadresseerd reclamedrukwerk, de gratis pers, lokale kranten en mededelingen van politieke en non-profitorganisaties. Ze stellen veel bedrijven, persuitgevers, liefdadigheidsinstellingen en ngo’s in staat om hun doelpubliek te bereiken en ondersteunen de groei van kmo’s en lokale handelaars. Ze worden beschouwd als minder opdringerig dan online reclame en bieden consumenten toegang tot informatie en aanbiedingen zonder gebruik te maken van hun persoonlijke gegevens.
De overstap van een opt-out naar een opt-in systeem voor huis-aan-huisreclame zou aanzienlijke economische gevolgen hebben. In België draagt deze sector €136 miljoen bij aan belastingen en €250 miljoen aan bruto toegevoegde waarde aan de economie. Met het huidige opt-out-systeem (“Stop Pub”) kunnen burgers de verspreiding van ongeadresseerd reclamedrukwerk weigeren door een sticker op hun brievenbus te plakken, een eenvoudig en doeltreffend systeem met een hoge tevredenheidsgraad. In feite leest 90% van de Belgen deze advertenties en 70% leest ze bijna elke week. De “Stop Pub” stickers zijn gemakkelijk verkrijgbaar bij postkantoren, lokale overheden en sensibiliseringscampagnes.
Omgekeerd zou de overgang naar een opt-in systeem, waarbij burgers actief moeten aangeven dat ze doordrops willen ontvangen door een ‘ja’-sticker op hun brievenbus te plakken, een wijdverspreide impact hebben op de Belgische economie en samenleving. Het zou van invloed zijn op de verspreiding van gratis pers en gevolgen hebben voor verschillende bedrijven, met name KMO’s, buurtwinkels en liefdadigheidsinstellingen die afhankelijk zijn van gedrukte communicatie om consumenten te bereiken. Onlinereclame, die voor deze spelers minder doeltreffend is, zou de concurrentie kunnen aanwakkeren en de elektronische handel kunnen bevoordelen ten nadele van de lokale kleinhandel. Gedrukte communicatie ondersteunt de lokale economie, terwijl digitale alternatieven vaak vanuit het buitenland worden beheerd. Vanuit het oogpunt van de consument is huis-aan-huiscommunicatie toegankelijk en gemakkelijk te blokkeren. Andere vormen van digitale communicatie zijn daarentegen minder toegankelijk, wat vooral ouderen en sociaal zwakkeren treft. Consumenten geven vaak de voorkeur aan communicatie op papier vanwege de betrouwbaarheid en het minder opdringerige karakter.
We zijn ook van mening dat het argument over het beperken van papierverspilling niet opgaat. In feite houdt dit argument geen rekening met de mogelijkheid van een alternatief scenario met een opt-in systeem. In dit scenario zou ongeadresseerde printreclame worden vervangen door andere vormen van reclame, zoals online reclame, die zelf een aanzienlijke ecologische voetafdruk heeft. Bovendien gaat het voorbij aan het circulaire aspect van papier als materiaal en de mogelijkheid om het te recycleren, evenals aan de initiatieven die zijn genomen om hun sector duurzamer te maken, zoals het gebruik van gecertificeerd papier, het gebruik van ecolabels voor drukwerk en de vermindering van de koolstofvoetafdruk van gedrukte producten. In België wordt ongeadresseerde reclame vaak gedrukt op gerecycleerd krantenpapier en is het zelf recycleerbaar. Bijgevolg is het argument dat het verbieden van doordruppels zou bijdragen tot afvalpreventie twijfelachtig.
Een ander belangrijk aspect om rekening mee te houden bij digitale vormen van reclame is de gegevensverwerking die gepaard gaat met het personaliseren van reclame, waardoor deze indringender is dan traditionele media. Lokale bedrijven moeten zich houden aan de Europese regels van de GDPR, terwijl internationale (meestal buitenlandse) bedrijven gegevens verwerken buiten de Europese Unie.
Tot slot worden er ook vragen gesteld over de proportionaliteit van de voorgestelde maatregel en of het doel dat met de ontwerpverordening wordt nagestreefd niet met een minder beperkende maatregel kan worden bereikt. Alvorens een verbod op doordrops in te stellen, moeten maatregelen worden overwogen die bijvoorbeeld gericht zijn op het versterken van het bestaande systeem. Daarmee zou hetzelfde doel op een minder restrictieve manier kunnen worden bereikt.