De magazinemarkt is misschien niet in topvorm, maar bepaalde titels slagen er toch in zich goed te redden. Dat komt in de eerste plaats doordat ze uitgegroeid zijn tot een referentiemerk binnen hun domein, maar belet hen niet ook digitaal op een succesvolle manier aanwezig te zijn. Case study met Johanna Pires, hoofdredactrice van ‘Ciné Télé Revue’ dat gedurende 75 jaar onafhankelijk bleef, tot het magazine in oktober 2019 toetrad tot de Rossel-stal.
Hoe doen de verkoopcijfers van het magazine het momenteel?
Wij hebben een oplage van 200.000 exemplaren per week, met een geschat bereik van een miljoen mensen! Het belangrijkste verschil tussen ons en onze belangrijkste concurrent, Télépro, is dat wij het gros van onze oplage per nummer verkopen. Kortom, wij hebben weinig abonnees, in tegenstelling tot Télépro. Ik vind onze resultaten dus des te lovenswaardiger, omdat mensen bereid zijn zich te verplaatsen om ons tijdschrift te gaan kopen. Dat is een teken van loyaliteit en vertrouwen.
Je bent dus tevreden met jullie resultaten, ook al zijn ze niet meer van dezelfde orde als de gigantische verkoopcijfers zoals jullie die aan het begin van de jaren 2000 neerzetten?
In feite verkochten we op dat moment meer dan twee keer zoveel. Maar de hele markt is gekrompen. Ik zeg meestal dat onze resultaten zeer goed zijn, vooral omdat we met een soort driedubbele beperking kampen.
Welke is dat dan?
Om te beginnen zijn we een printmagazine en dat medium kampt momenteel met een wereldwijde crisis. Ten tweede zijn wij een televisietijdschrift en worden we geconfronteerd met een periode waarin lineaire televisie een grote transformatie ondergaat, vanwege de massale komst van platformen, de vele schermen en de mogelijkheid van replay. Wij passen ons uiteraard aan deze nieuwe situatie aan, met name door ook programma’s van de streamingplatformen in de kijker te plaatsen. En aangezien we het vooral van onze losse verkoop moeten hebben, zijn de krantenwinkels een essentiële schakel in onze distributie. Maar ze sluiten de een na de ander. Gelukkig zijn we ook te vinden in andere winkels.
Hoe zou je het profiel van je lezers omschrijven?
Onze belangrijkste doelgroep is de vrouw van 45, hoewel dat wel verandert. Zij kijkt lineair televisie, maar ook naar de streamingplatformen en al de rest. We mogen niet vergeten dat Ciné Télé Revue wordt doorgegeven aan alle leden van het gezin, dus moeten we ervoor zorgen dat we altijd zeer familiegerichte onderwerpen aanbieden. Eén ding is echter duidelijk: jongeren kopen ons tijdschrift nooit rechtstreeks.
Is het mogelijk die trend te keren via een sterke digitale aanwezigheid?
Onze site trekt natuurlijk een deels jonger publiek aan, maar zij vormen niet het merendeel van onze bezoekers. Dat zijn meestal lezers. Wij zien onze website dan ook als een verlengstuk van het tijdschrift.
In welke mate heeft de integratie bij de groep Rossel jullie geholpen bij de implementatie van jullie digitale activiteiten?
Deel uitmaken van een groep opent ontelbare mogelijkheden. Wat ‘Ciné Télé Revue’ betreft, wij zijn een ‘vertical’ van de site Sud Info geworden. Dit betekent dat wij op hun site aanwezig zijn voor televisienieuws, film, people, enzovoort. Dat heeft onze digitale content een boost gegeven. Deze synergie lijkt volkomen logisch in de ecosystemen van de groep Rossel: het was logischer om dichter aan te leunen bij Sud Info dan bij Le Soir bijvoorbeeld.
Jullie hebben ook een app die de tv-roosters levert. Wat voor balans maken jullie daarvan op?
Een heel positieve. Op termijn denk ik zelfs dat deze app belangrijker zal worden dan onze site.
Hoe verklaar je dat? Doordat jullie een referentiemerk zijn geworden wat de programmaroosters op televisie en alle schermen geworden zijn?
Voortaan bestaat onze roeping uit de duiding van het overvloedige aanbod. We beperken ons niet meer tot de tv-roosters, maar zijn een ‘schermgids’. En voor de rest denk ik inderdaad dat we een bekend merk belichamen, dat al lang een autoriteit is. Dat helpt ons ongetwijfeld om een deel van het internetbereik aan ons te binden. Ook al zijn mensen op het net altijd minder trouw dan wanneer ze een papieren magazine raadplegen.
Lees ook: